terug naar startpagina


JOOP KLOEK en VICTORIA KLOEK

ZOMERTENTOONSTELLING
vanaf 25 april 2009

Georganiseerd door de Heerder Historische Vereniging

Villa Jacoba, Dorpsstraat 55, Heerde
Openingstijden: Dinsdag 10:00-12:00 / 14:00-16:00
Donderdag: 10:00-12:00 en Zaterdag: 14:00-16:00

Telefoon: 0578-692 404


Cultureel Centrum VOSBERGEN
een rijk verleden

Op verzoek van de Heerder Historische Vereniging heeft Victoria Kloek voor het boekje 'Heerde Historisch nr. 130' een beknopt chronologisch overzicht gemaakt van het culturele werk van haar ouders op het kasteeltje 'Vosbergen' in Heerde.
Hierin staan  bijdragen  te lezen van: Ir. A. baron van Dedem, K. Lubbers, oud gemeentesecretaris van Heerde, A.J. van Apeldoorn, R.W. Lubbers, J.C. Aalders en A.C. Van Melle.
De  'Zomertentoonstelling' van de H.H.V.  toont  schilderijen van Joop Kloek en zijn dochter Victoria Kloek. Voor deze speciale gelegenheid worden enkele 'Vosbergen'schilderijen uit privébezit van bewoners in Heerde uitgeleend aan de H.H.V.
Deze expositie wordt officieel geopend door de heer Ir. A. baron van Dedem.


omslag-HHV-boekjemeerpalen

Omslag Heerde Historisch nr. 130
© 2009, H.H.V. Heerde

___________________

  • De tentoonstelling met schilderijen van Joop Kloek en Victoria Kloek in Villa Jacoba is nog te zien tot en met 11 augustus.
  • Extra dik nummer. De uitgave van maart 2009, nummer 130, van de Heerder Historische Vereniging is wat dikker dan gebruikelijk. Het boekwerkje staat vol wetenswaardigheden over Joop Kloek en zijn leven en werken op landgoed Vosbergen. Ook zijn dochter Victoria Kloek leverde hieraan een bijdrage.
  • De tentoonstelling in Villa Jacoba, Dorpsstraat 55, is te bezoeken op dinsdag (10-12 en 14-16 uur), donderdag (10-12 uur) en zaterdag (14-16 uur). Meer informatie: 0578 695230 of www.heerderhistorisehevereniging.nl.
  • De vereniging heeft daarnaast meerdere permanente exposities in Villa Jacoba. Zoals een collectie zwerfstenen, kleder­dracht en sprengen op de Veluwe, Ook is de werkkamer van de notaris, die vroeger in de villa woonde, gereconstrueerd.

_________________________________


Zwolse Courant Veluwe vrijdag 15 mei 2009

Cultureel Heerde op de kaart dankzij Kloek

Schilderijen van Joop Kloek, zij aan zij met werk van zijn dochter Victoria. De Heerder Historische Vereniging brengt in Villa Jacoba een belangrijke episode uit de geschiedenis van kasteel Vosbergen tot leven.

door Minke Schuthof HEERDE - In Villa Jacoba in Heerde is een bijzondere dubbeltentoonstelling te zien, met werk van Joop Kloek en zijn dochter Victoria. Heel enthousiast zijn ze over de prachtige expositie die de komende maanden hier de wanden siert. Maar waar Fosca Bosch en Herman de Graaf van de Heerder Historische Vereniging haast niet over uitgepraat raken, zijn de verhalen achter de schilderijen. De kunstschilder Joop Kloek was niet zomaar een schilder, hij en zijn vrouw Johanna (Jopie) zetten Heerde vanuit kasteel Vosbergen in de tweede helft van de vorige eeuw in cultureel opzicht op de kaart.

Vosbergen 1971, J. Kloek„In 1950 kwamen ze vanuit Friesland naar Heerde, op zoek naar ruimte om een cultureel centrum op te zetten en een atelier. Kasteel Vosbergen stond leeg en verkeerde in niet al te beste staat. Er zat geen glas meer in, er was geen stromend water en elektriciteit, heel primitief allemaal. Zij gingen het huren en opknappen", vertelt Bosch. Vervolgens organiseren de Kloek's rondleidingen, lezingen en vooral concerten. „Ze wisten in die tijd hele bekende namen naar Heerde te halen, wat publiek uit de wijde omgeving trok." Begin jaren zeventig verhuist het gezin Kloek naar de boerderij op het landgoed. Het kasteel ondergaat dan een grote restauratie. De concerten gaan onverminderd door, op de deel van de boerderij. Bosch, net getrouwd, bezocht ze vaak. „Ik herinner me nog het racen op de vrijdagavond om op tijd voor het concert in Heerde te zijn." Kloek legde het monumentale kasteel, omringd door majestueuze bomen, van alle kanten vast in een palet van lieftallige kleuren. Er hangt een groot doek dat hij nog speciaal voor zijn dochter maakte. „Want alle schilderijen van het kasteel waren verkocht." Er is een stilleven met bloemen, in een pul van de bekende pottenbakker Frans Slot uit Epe, en werken die Kloek in Toscane vervaardigde, waar hij later ook een atelier had. In aanloop naar de tentoonstelling bezochten ze dochter Victoria Kloek, in Zierikzee. „Voor haar is deze expositie ook heel bijzonder. Het is de eerste keer dat haar werk samen met dat van haar vader te zien is in Heerde."
(Foto is voor deze website door Victoria Kloek toegevoegd.)



De Stentor
Zwolse Courant Veluwe vrijdag 15 mei 2009

Concerten onder de kroonluchters

door Minke Schuthof

HEERDE - Een cultureel centrum waar beeldende kunst, muziek en literatuur samenkomen onder één dak, dat is de gezamenlijke droom van Joop en Jopie Kloek als ze in 1947 op kasteel Vosbergen Haarlem 1935, J. Kloekstuiten. Het kasteel is eigendom van G.W. baron van Dedem. Kloek studeerde, voordat hij naar de kunstacademie in Gent ging, bouwkunde aan de Technische School in Haarlem en weet te overtuigen met een gedegen restauratieplan. In 1950 verhuizen Joop en Jopie Kloek met hun dochter Victoria, geboren in 1945, vanuit het Friese dorp Twijzel naar Heerde.

Zaterdag 14 juli 1951 is het zover, dan wordt het 'Culturele Centrum Vosbergen' feestelijk geopend. De eerste tentoonstelling, met werk van onder anderen Stien Eelsingh, Piet Zwiers, Jan Kleintjes en Bé Thoden van Velzen trekt ruim 1600 bezoekers uit het hele land. In de 25 jaar die volgen doen allerlei artiesten het Heerder landgoed aan. Zoals Rosa Spier, George van Renesse, Harry Voren, Jet Röling, Rudolf Jansen, Ruud van der Meer, Sas Bunge, het Amsterdams Vocaal Kwartet en het Danzi Kwintet. De concerten worden gegeven in de grote kamer, waar enorme kroonluchters hangen met echte kaarsen die ook voor warmte zorgen. Daarnaast is er ruim plek voor jong talent. In 1960 richt Kloek de stichting Cultureel Centrum N.O. Veluwe op. Ook worden er schoolconcerten, georganiseerd voor de Heerder jeugd. Op 7 mei 1976 klinkt het laatste concert 'op Vosbergen', van het Gelders Kamermuziek Ensemble. Joop Kloek is dan 64 jaar en zal vanaf dan veel werken in zijn atelier in Toscane om het geliefde Italiaanse landschap te vereeuwigen. In november 1992 overlijdt Joop Kloek op tachtigjarige leeftijd. Zijn vrouw blijft tot 2002 in de boerderij op Vosbergen wonen.
(Foto is voor deze website door Victoria Kloek toegevoegd.)

_______________

 

'VOSBERGEN' CULTUREEL CENTRUM N.O. VELUWE
HET LEVENSWERK VAN KUNSTSCHILDER JOOP KLOEK


Het culturele verhaal rond de 'Zomertentoonstelling' in Heerde, georganiseerd door de Heerder Historische Vereniging, verwoord door Victoria Kloek.
Dit is een verkorte bewerking van haar officiële tekst voor de HHV.

© 2009 victoria kloek

. 1947 'Vosbergen' ontdekt

1947 ‘Kasteel Vosbergen' ontdekt’
© Joop Kloek, conté schets.

HET BEGIN
1947. Joop Kloek hoort voor het eerst van ‘Vosbergen’. Met zijn echtgenote Johanna Kloek - Aalders bezoekt hij het zwaar vervallen kasteeltje. Hun plan om op deze romantische plek een cultureel centrum te beginnen rijpt. Dit wordt voor hen een jaar waarin zij zich gedegen voorbereiden op een radicale verandering in hun leven. De eerste jaren na de oorlog komt Joop Kloek regelmatig op 'Huize de Pauwhof' in Wassenaar. Hier kunnen kunstenaars, schrijvers en wetenschappers elkaar in een rustige omgeving ontmoeten. Die tijd zit iedereen vol gistende ideëen die men met elkaar uitwisseld. Joop Kloek ontvouwt hier voor het eerst zijn plannen betreffende 'Vosbergen'. Hij acht het mogelijk om van het kasteeltje een gemeenschappelijk cultureel project te maken. De bovenverdieping wordt woon- en werkruimte voor hem en zijn gezin. Op de zolderverdieping zijn drie sfeervolle logeerkamers te realiseren. De opkamer en de hele benedenverdieping lenen zich uitstekend voor een cultureel centrum. Tentoonstellingen, kamerconcerten en lezingen kunnen hier harmonisch samengaan. Roest Crollius, directeur van de Stichting Kunstcentrum Duinrell, is een serieuze gegadigde. Joop legt nu zijn restauratieplan voor aan de bevriende aannemer van het Bouwbedrijf  Dalstra & Zn. uit Twijzel. 1948. In het voorjaar maakt hij zijn eerste contact met de eigenaar van ‘Kasteel Vosbergen’ te Heerde, G. W. Baron van Dedem. Zijn voorstel rond 'Vosbergen' wordt positief ontvangen. Het feit dat Joop Kloek in Haarlem  bouwkunde heeft gestudeerd interesseert hem zeer. Ze buigen zich over een  eenvoudig restauratieplan waardoor het gebouw weer in bewoonbare staat zal worden teruggebracht. Voor de overwoekerde  begroeiing in de slotgracht ziet de eigenaar geen oplossing. 1949. Alle officiële instanties worden op de hoogte gebracht van de plannen rond ‘Kasteel Vosbergen’ te Heerde. Joop Kloek heeft Roest Crollius ingelicht, ook hij is nu van de partij. Gezamenlijk presenteren zij zich in Heerde waar zij een onderhoud hebben met de gemeente secretaris de heer K. Lubbers. Uit het verslag van de daarop volgende raadsvergadering blijkt dat het College van B. en W. een positief advies heeft gegeven ten aanzien  van het verzoek tot restauratie van ‘Vosbergen’ alsmede tot het oprichten van een cultureel centrum. Het bestuur van de Stichting Kunstcentrum Duinrell weifelt inmiddels omdat ‘Vosbergen’ niet over een grote zaal beschikt. Uiteindelijk  trekt Roest Crollius zich terug. Joop en Jopie Kloek aarzelen  geen moment: ‘Vosbergen’ wordt hun levenswerk.

De heer Jhr. dr. E.O.M.van Nispen tot Sevenaer, toenmalig directeur van het Rijksbureau voor de Monumentenzorg verklaart zich akkoord en geeft de heer G.W. Baron van Dedem, eigenaar van het kasteel, toestemming tot bewoning en inrichting tot een cultureel centrum. De subsidie aanvraag, te weten fl. 7.500 is eveneens geaccepteerd. Voor dit bedrag kan het gebouw in elk geval dicht en zij het op eenvoudige wijze bewoonbaar gemaakt worden. Verder verval is dan gestuit. Later kan overwogen worden om  een algehele restauratie van het kasteel te realiseren . Vóór de oorlog waren hier reeds plannen voor gemaakt onder leiding van architect Lensvelt die nu deze voorlopige restauratie zal begeleiden.

1950.  Enkele fragmenten uit de  B E S C H R I J V I N G  behorende bij het verzoek om  subsidie voor de  restauratie van Kasteel ‘Vosbergen’. (….) Het kasteel is gesticht in de XVe of XVIe eeuw en was toen het huis “Krijt” genaamd. Als zodanig bestond het uit het meest Noordelijke deel, waar thans de keuken en de opkamer zich bevinden; daarna is de eetzaal uitgebouwd en daarna de salon. Aangenomen mag worden dat deze uitbreidingen vrij kort op elkaar gevolgd zijn. (….) De buitenmuren zijn alle in goede conditie op enkele scheuren in de topgevel na. De fundering is goed evenals de kap met pannenbedekking, de balken zijn gedeeltelijk nog goed, de vloeren merendeels zeer slecht of zelfs geheel verdwenen, ramen en deuren eveneens. Alle ruiten zijn verdwenen, zodat weer en wind vrij spel hebben en hun langzaam slopende invloed op het gebouw doen gelden. Daar deze toestand reeds verscheidene jaren voortduurt -  het kasteel is de laatste 18 jaren onbewoond en voordien slechts tijdelijk in de afgelopen 50 jaar - zou, indien niet snel wordt ingegrepen, het belangrijk monumentje spoedig in een volslagen ruïne veranderen. Reeds eerder bestonden plannen tot restauratie, laatstelijk in 1938. Door omstandigheden is hiervan niets gekomen. In de oorlog had het gebouw te lijden door het in de lucht vliegen van bruggen en inkwartiering van Duitsers.
In het voorjaar van 1949 werd de heer J. Kloek opmerkzaam gemaakt op het kasteel; tijdens een bezoek in Mei  maakte hij een plan, om iets te doen waardoor het verval gestuit en instandhouding verzekerd kon worden. – Hiertoe stelt hij voor het gebouw voor de gemeenschap te redden en een waardige bestemming te geven als cultureel centrum en onder goede leiding hier geregeld lezingen,voordrachten, concerten enz. te doen houden en zelf met zijn gezin een gedeelte van het gebouw bewoonbaar te maken en er zijn intrek te nemen, op deze wijze een einde stellend aan het verval en een bescheiden begin makend met herstel. (....)De verdeling van de geraamde kosten ( fl. 7.500)  is als volgt:
Monumentenzorg 40%,  J. Kloek 40%,  Provincie 10%, Gemeente 10%. De eigenaar hoeft geen eigen bijdrage te betalen maar hier staat tegenover dat Joop Kloek met zijn 40% aandeel in de restauratiekosten het kasteeltje voor de komende 10 jaar ‘gehuurd’ heeft.

DE VERHUIZING NAAR 'VOSBERGEN' IN HEERDE 
Op 21 juni 1950, voor dag en dauw, verlaat het kunstenaars echtpaar Kloek hun woning in Twijzel. Na hun huwelijk in 1943 in Amsterdam zijn zij naar Friesland geëvacueerd. Hier mochten zij voor onbepaalde tijd het huis van de Friese schrijfster Simke Kloosterman (1876 1938) bewonen. Thans is het Simke Kloostermanhuis een klein museum. De stichting het 'Simke Kloostermanlien' is hier gevestigd. Uit gelden van deze stichting wordt ieder jaar een bedrag beschikbaar gesteld voor de Simke Kloosteman-prijs om jong Fries talent te stimuleren in de bloemrijke Friese taal te blijven schrijven. Joop en Jopie nemen hier afscheid van een bewogen maar creatief rijke periode uit hun leven. Samen kunnen ze terugkijken op een cultureel actief bloeiend atelier. De talentvolle leerlingen van Joop Kloek zullen uitgroeien  tot bekende kunstschilders in Friesland. In 2001 heeft de werkgroep voor cultuur en educatie 'Het Behouden Huis' een overzichtstentoonstelling georganiseerd, van het werk van Joop Kloek uit zijn Friese periode in Twijzel, in het gemeentehuis van Buitenpost. Voor deze speciale gelegenheid waren ook werken te zien van zijn leerlingen uit die tijd.



1944 Twijzel,
© Joop Kloek, contéschets voor schilderij

Citaat uit de PIETER A. SCHEEN  LEXICON
Nederlandse Beeldende Kunstenaars  1750 – 1950
Kloek, (‘Jo’) ; geboren Oudelande  1 augustus 1912.
Woonde en werkte in Oudelande, Goudswaart, Wonseradeel, Haarlem, Groningen, Zeegse, Gent (België), Amsterdam, Bergen (N.H.) in W.O. II geëvacueerd naar Twijzel, sinds 1950 in Heerde (kasteel Vosbergen). Leerling van E.B. van Dullemen Krumpelman te Zeegse, daarna van de Akademie van Schoone Kunsten te Gent (België). Schildert, aquarelleert, tekent (pen, pastel) en etst in realistische trant hoofdzakelijk landschappen en bloemstukken. Verkreeg in 1940 de kon. medaille voor schilderen naar levend model van de akademie van Gent. Gaf les aan K. Koopmans en J. Rusticus. Lid van de federatie van B.B.K.

RESTAURATIE PERIODE  ‘VOSBERGEN’
De samenwerking met Bouwbedrijf Dalstra, architect Lensvelt en Joop Kloek is inspirerend. Er ontstaat een hechte groep die ernaar streeft  om binnen de kostenraming optimaal vakmanschap te realiseren. De gedachte aan de slotgracht laat Joop Kloek niet  los, op eigen initiatief graaft hij diepe geulen om de gracht terug te winnen op het ontstane moeras. Een Titanenarbeid die niet onopgemerkt blijft. Hij krijgt hulp van de gemeente Heerde om de slotgracht in oude luister te herstellen. Hun eerste winter bezoekt Joop zijn collega’s in de omtrek om over zijn plannen betreffende ‘Vosbergen’ als cultureel centrum te vertellen. Hij nodigt hen uit te komen exposeren. De contacten verlopen positief en de kunstagenda vult zich voor de zomermaanden van het komende jaar.

‘VOSBERGEN’
CULTUREEL CENTRUM  N.O. VELUWE
1951.  De kunstnestor van Heerde, de schilder Jan Kleintjes toont zich zeer betrokken. Om hun culturele programma breder van opzet te maken geeft hij zijn concertvleugel in bruikleen. De Veluwse liedjeszanger Jan van Riemsdijk komt regelmatig langs. Naast de oude plattebuiskachel zit ‘Ome Jan’ graag zijn pijpje te roken: “Kinders gaan jullie maar gewoon door, ik vermaak me hier heel best zo.” Hij belooft ze een mooi gedichtje. Henk van Apeldoorn, mede directeur van de Klok Zeep fabriek wil een stichting in het leven roepen: ‘Vrienden van Vosbergen’. Ook stelt hij voor dat al het drukwerk betreffende “Vosbergen”  op de fabriek wordt verzorgd om de kosten laag te houden. Ds. Krijn Jansma sluit zich aan bij Henk van Apeldoorn. Zij zijn de eerste actieve vrijwilligers uit Heerde rond het culturele werk van Joop en Jopie Kloek. Beeldhouwster Bé Thoden van Velzen uit Hattem laat twee beelden op het bordes voor het kasteeltje plaatsen en één kleine ebbenhouten figuur 'Ariadne' in de muziekkamer. (Thans te zien in het Voermanmuseum in Hattem)

OPENING  'VOSBERGEN'
Op zaterdag 14 juli 1951 is de feestelijke opening van het Culturele Centrum 'Vosbergen' te Heerde. Citaat krantenknipsel, bron onbekend:
Vosbergen, het mooie kasteeltje bij Heerde, is Zaterdag middag  eensklaps aan de vergetelheid (..) ontrukt door de opening van een expositie voor beeldende kunsten. (..) Dankbaar gebruikmakende van het mooie weer kozen de sprekersde brede voet van de machtige bruine beuk voor het kasteel als natuurlijk spreekgestoelte. Daar voerde  als eerste de Heerder predikant Ds. K.G. Jansma het woord om namens de heer en mevrouw Kloek de gasten te verwelkomen en een dankwoord te spreken tot allen, wier medewerking had bijgedragen tot de verwezenlijking van het plan, om van Vosbergen te maken wat het nu is geworden. Die dank gold in de eerste plaats de eigenaar van het kasteel G. W. baron van Dedem en diens echtgenote, voorts de gemeente Heerde en alle betrokken instanties en in het bijzonder de burgemeester Mr. A. W. Schade van Westrum, die eveneens met zijn echtgenote tot de aanwezigen behoorde zoals zijn collega uit Epe met mevrouw Diepenhorst. Ook tot Dr. W. Aalders uit Den Haag en de heer Johan van der Wouden, de laatste als vertegenwoordiger van de kring van Gelderse Kunstenaars, richtte de spreker zich afzonderlijk en verder dankte hij de heer G. Bolman, die zich bereid had verklaard, de bijeenkomst met een declamatie te sluiten.
Naar een Cultuur Centrum.
Het was burgemeester Schade van Westrum  aan te zien, dat hij zich gelukkig voelde, toen hij Vosbergen kon openen, temeer omdat, zoals hij zeide, de deplorabele toestand, waarin het gebouw zolang verkeerd had, de vrees had gerechtvaardigd , dat het binnen weinige jaren verloren zou gaan. Maar gelukkig zijn er altijd nog idealisten. De spreker vertelde hoe de heer Kloek bij hem was gekomen met de wens, om hier als kunstschilder te leven en te werken, hoe alle moeilijkheden waren overwonnen en Vosbergen was behouden dankzij de steun van rijk, provincie en gemeente, maar vooral dankzij het enthousiasme van de heer en mevrouw Kloek. (..)
De kunstenaars die hierboven bekend  geacht worden, zijn: Stien Eelsingh, Piet Zwiers, Johan Prins, Johan Hartsuiker, R.van Beek, Gerard Post Greve, Wim Helder, Jan Voerman Jr. en Jan Kleintjes. Verder werken van de pottenbakker Frans Slot en de beeldhouwster Bé Thoden van Velzen. Deze eerste zomertentoonstelling trekt meer dan 1600 bezoekers uit het gehele land. Dat Joop en Jopie Kloek die eerste maand ook de Commissaris der Koningin van de Provincie Gelderland, diens echtgenote en minister Joekes mogen ontvangen zien zij als een kroon op hun werk.

1951 'Vosbergen', één van de ontwerpen voor de programma 's van de concertavonden
© Joop Kloek, pentekening

Het eerste concert klinkt:
Citaat krantenknipsel: bron onbekend.
Op 8 en 9 augustus zal er in het onlangs geopende culturele centrum Kasteel Vosbergen te Heerde een 'concert-intime' bij kaarslicht worden gegeven waaraan het duo Simon Halie (piano) en Jaap Engelberts (voordracht) zal meewerken. Deze avonden zullen de eerste zijn in een reeks geprojecteerde culturele avonden, waarmede de heer J. Kloek dit kasteeltje tot een cultureel centrum wil maken.
Tijdens de zomerperiode worden voortaan twee tentoonstellingen georganiseerd. Eind augustus is dit jaar  een overzichtstentoonstelling van het werk van Jan Kleintjes en zijn (overleden) echtgenote mevrouw Hedwig Kleintjes – van Osselen. 
Begin october zal de Heerder burgervader Mr. A.W. Schade van Westrum in drie avonden  een causerie houden over zowel de complexiteit als het lyrische karakter in de Russische literatuur. Op 30 october houdt Willem Andriessen, directeur van het Amsterdams Conservatorium, een  lezing met muzikale omlijsting over Frédéric Chopin.

MECENAAT UIT DEN HAAG
Dat de oude vleugel niet meer toereikend is voor de kamermuziekavonden blijft niet onopgemerkt in muziekminnend Nederland. De Haagse zangeres Johanna de Geus maakt contact met haar Zwitserse vrienden om uit te zien naar een nieuw instrument om de toekomst van het culturele werk van Joop en Jopie Kloek te waarborgen. Voor dit genereuze gebaar schieten woorden tekort. De beroemde Zwitserse pianist Paul Baumgartner (een van de leermeesters van Alfred Brendel) neemt deze taak op zich. Op 21 en 22 april 1952 presenteert hij met een Beethovenprogramma zijn gekozen instrument, een Ibach concertvleugel uit het jaar 1912. De heer R. de Graaf uit Zwolle zal dit schitterende instrument verder onder zijn hoede nemen. Zwolsche Courant: Henri Th. Timmerman. Kasteel Vosbergen, het aantrekkelijke cultuurcentrum bij Heerde, herbergde gisteren en de avond ervoor een bijzondere gast, de Zwitserse pianist Paul Baumgartner. De Beethoven-avond  door deze kunstenaar uit Bazel  vormde het einde van het winterseizoen op Vosbergen, maar was tevens ongetwijfeld het hoogtepunt van alle culturele avonden, die de slotvoogd de heer J. Kloek al heeft georganiseerd. (..) Dit was pianospel van hoge orde, briljant en tintelend, maar ook expressief en klankvol. De toehoorders toonden zich zeer dankbaar voor deze Beethoven-avond in het kasteeltje, verscholen in de stilte van de bossen, ver van het rumoer van het rusteloze leven.

Met sprongen in de tijd zullen we de rode draad van het culturele werk volgen. Johanna Kloek - Aalders heeft piano gestudeerd en is voor dit instrument afgestudeerd aan De Muziekschool Reins in Enschede, het huidige conservatorium. Haar energie en haar liefde voor de muziek heeft zij volledig in hun culturele werk gelegd. Hun enige dochter, Victoria, zal in de voetsporen van haar vader treden. Ook haar leven en werk zijn intens verbonden met het culturele centrum op 'Vosbergen'.

1952.   Het nieuwe seizoen wordt 30 mei geopend met de tentoonstelling van de Apeldoornse kunstschilder Jan Duyvetter. Als tekenaar is hij verbonden aan het Nederlandse Openluchtmuseum te Arnhem. Zijn getoonde collectie werken omvat naast ontwerpen voor toneeldecors, portretten en stillevens in olieverf eveneens  schetsen op het gebied van de Nederlandse klederdracht. Cruys Voorberg heeft met een sprankelende causerie deze tentoonstelling officieel geopend.
10 Juli  klinkt een 'Soirée Musicale et Littéraire: De jonge kunstenaars Elisabeth Lught, zang, Albert Vogel, voordracht, Sas Bunge, piano en Willem Noske, viool  verzorgen geheel belangeloos dit programma ten bate van nieuwe stoelen voor het publiek van Vosbergen. Burgemeester Mr. A.W. Schade van Westrum opent deze bijzondere avond.
31 Juli 1952 is de opening van de tweede zomertentoonstelling die door kenners als een belangwekkende expositie gezien wordt.
Het betreft in de eerste plaats een verzameling van Chinees porselein uit de doublettencollectie van het museum 'Princessehof' te Leeuwarden. Deze opening zal ’s avonds plaatshebben met een lezing verzorgd door de bekende collectioneur oud-notaris N. Ottema te Leeuwarden. Het geheel wordt opgeluisterd door zang en muziek van Elze Kettelary. Deze uitzonderlijke collectie trekt de aandacht van diverse vooraanstaande figuren in Nederland waaronder jhr. dr. O.C.Roëll, directeur van het Rijksmuseum in Amsterdam, de heer D. Hannema, gewezen directeur van het museum Boymans te Rotterdam, jhr. dr. E.O.M. van Nispen tot Sevenaer, directeur van de Rijksdienst voor de monumentenzorg en het bestuur der Ned. Kastelenstichting, enz.
Tijdens deze tentoonstelling worden de muren opgesierd door schilderwerken van wijlen Jan Voerman sr., Jan Voerman jr., Jan Duyvetter, Piet Zwiers en Joop Kloek. De beeldhouwwerken zijn van Bé Thoden van Velzen en Han Raedecker. De Arnhemse wever Strik laat enkele moderne gobelins zien.
26 Augustus neemt het werk van  Jacques Mels de wanden in beslag. Mede exposanten zijn de pottenbakkers Frans Slot en Alexander Lucas Crèvecoeur uit Epe. De expositie van hun werk wordt geopend door Dr. I.N.Th. Diepenhorst, burgemeester van Epe. In augustus van dit jaar is voor de eerste maal het optreden van de pianist George van Renesse met een Schubert programma. Voortaan zal hij ieder jaar op Vosbergen ‘zijn zomerrecital’ geven. Het volle herfst programma wordt geopend met een indrukwekkend optreden van Jaap Stotijn, hobo; aan de piano begeleid door Hans Velo. 
Op 9 October wordt met antieke doeken en tapijten de muziekkamer omgetoverd tot een oosters sprookje, het decor van de Indiase Danseres Ahlia Rukmini. Zij weet haar toeschouwers, die uit het hele land gekomen zijn, tot de laatste minuut in de ban te houden van haar verfijnde uitvoering van de antieke tempeldansen uit India. De heer Anatole Thijs, directeur van het ‘Séminaire de la Danse’ in Brussel zal de betekenis van de dansen toelichten.

1953 Italië, de golf van Salerno
© Joop Kloek, contéschets voor schilderij

1953. In januari  klinkt 'Die Winterreise' vertolkt door Laurens Bogtman met  aan de vleugel  Johan Otten.
Zwolsche Courant: Henri Th. Timmerman. (..) Laurens Bogtman is op het ogenblik misschien de enige zanger in ons land, die in staat is de delicate stemmingen van Schubert’s cyclus op te roepen.
De voordrachtkunstenaar Albert Vogel sluit met een Frans -  Nederlands repertoire het winterseizoen af. Zeeland heeft recent  de watersnoodramp doorgemaakt. In de pauze wordt een inzameling gehouden voor het Nationaal Rampenfonds.
In maart van dit jaar vertrekken Joop en Jopie Kloek met hun dochtertje voor twee maanden naar vrienden, de keramist Rafael Pinto en zijn vrouw. Zij wonen in Vietri - sul - Mare in Zuid Italië aan de golf van Salerno. Joop en Jopie houden in woord en beeld de lezers van de Zwolsche Courant elke week op de hoogte van hun wel en wee.
1954.  Na Italië staat zuid - Frankrijk op het reisprogramma van Joop Kloek. De beeldhouwster Bé Thoden van Velzen gaat met hen mee. Ook zij voelt de behoefte om in een totaal andere omgeving nieuwe inspiratie op te doen. Dit  verblijf geeft aan beide kunstenaars wat ze zich ervan hebben voorgesteld:  creatieve vernieuwing.


1954, Z.-Frankrijk, Antibes
© Joop Kloek, aquarel

1955.  De zomertentoonstelling zal dit jaar uit een driedelige expositie bestaan. Het Rijksmuseum in Amsterdam geeft een zeldzame collectie antiek tin in bruikleen waaronder vele voorwerpen uit het ‘Behouden Huys', het schip waar Willem Barends en Jacob van Heemskerk met hun bemanning op hun tocht naar Nova Zembla overwinterd hebben. Het Stedelijk Museum in Amsterdam verzorgt de schilderijen tentoonstelling met een uitgelezen collectie van de Nederlandse Impressionisten.Voor de derde tentoonstelling, een Hommage aan de in 1954 overleden Jan van Riemsdijk,  heeft Joop Kloek zijn eigen atelier beschikbaar gesteld. Met diens zoon Romboud en Bep zijn echtgenote is een sfeervolle Van Riemsdijkkamer gecreëerd.

1956  1957  Eerste lustrum te vieren.
De zomertentoonstelling komt dit jaar uit het Museum van Oudheden te Leiden. Meer dan 1000 jaar oude rijst- en theekommen en zeldzaam lakwerk bekoren  het oog. Aan de wanden is een uitgelezen collectie van antieke Japanse prenten te bewonderen.
In verband met het vijfjarig bestaan van het culturele werk op Vosbergen, schenkt de Gemeente Heerde uit waardering en ter stimulering van het organisatorisch werk een bijdrage van fl. 250 uit het Cultuurfonds. Ook het Anjerfonds Gelderland laat zich niet onbetuigd met een schenking van fl. 150.
In juli geeft George van Renesse ter ere van het eerste lustrum  zijn traditionele zomerconcert een extra feestelijk tintje door Joop en Jopie Kloek in het zonnetje te zetten met een sprankelende improvisatie. Veel kunstenaars dragen het  culturele werk van Joop en Jopie Kloek een warm hart toe. De pianist Cor de Groot zoekt contact. Hij wil in zijn zomervacantie, ter ere van hun lustrum,  een geheel belangeloos concert geven ten bate van het 'stoeltjesfonds' zodat er meer zitplaatsen zullen zijn. Het Lemkes-kwartet realiseert een hartveroverende ‘Mozartherdenking bij kaarslicht’.
Er wordt ruim baan gemaakt voor nieuw jong talent. Hieronder is ook de begaafde leerling van Willem Andriessen de pianist Bram Boulee. De violist Wim Stenz, leerling van Joachim Röntgen en Szymon Golberg. De pianiste Tini Bresser, dochter van de violist Jan Bresser die zelf op Vosbergen geen onbekende is. Het goede initiatief van Joop en Jopie Kloek om jong talent op Vosbergen podium ervaring te laten opdoen, spreekt de muziekrecensent Henri Th. Timmerman zeer aan.

1956  1961.  Het culturele werk van Joop en Jopie Kloek begint een vertrouwd ritme te vertonen. We noemen steeds enkele hoogtepunten. Gezien de uitzonderlijke kwaliteit van de zomertentoonstelling in 1956 stelt de Gemeente Heerde een subsidie beschikbaar van fl. 300. Het betreft een uitgelezen collectie van 20 schilderijen uit de Gouden Eeuw, allen  in bruikleen van het Rijksmuseum in Amsterdam. Er zijn werken van Caspar Netscher met  twee portretten, een pittoresque belicht paard van Philippe Wouwerman, een zeegezichtje van Willem van de Velde de Jonge, een mannenkop van Carel Fabricius, en werken van J. van Son. De pers is lyrisch, de bezoekers zijn talrijk.
1959.
 Uitzonderlijk Amerikaans talent op 'Vosbergen':  Gerald Warburg Cello, aan de piano Edward Mobbs. Zwolsche Courant:  Henry Th. Timmerman. Zelden zong een cello in het concertzaaltje van Vosbergen mooier en met voller glans.(..) De noblesse en intens levende klank van de kostbare Stradivarius-cello , die onder de naam “La belle Blonde” befaamd is, concordeerde harmonieus met de eenvoud van de stijvolle ruimte. (..) De cellist Gerald Warburg, die na zijn Harvard-opleiding in West Europa zijn studies voltooide, is een geboren toonkunstenaar. Hij bespeelt zijn prachtige cello met een dwingende zekerheid.(..) De cellist vond in de jongere pianis Edward Mobbs een toegewijd partner die zijn kristalzuivere muzikaliteit bewees door zijn zeer verzorgde en klankrijke partijen.(..)
1960.  Op 21 juni is het 10 jaar geleden dat Joop en Jopie Kloek aankwamen op ‘Vosbergen’. Wat zij zich voor ogen stelden   hebben zij hier gerealiseerd. Voor de komende 10 jaar sluiten G.W. baron van Dedem en de familie Kloek een voor beide partijen bevredigende overeenkomst.  Met grote belangstelling volgt de familie Van Dedem  de activiteiten die op 'Vosbergen' plaats vinden. Nu het culturele werk voor de komende 10 jaar  doorgang kan vinden wil Joop Kloek zijn activiteiten onderbrengen in een stichting. Ook het oude plan om schoolconcerten te organiseren voor de Heerder jeugd wordt nu een feit.

'VOSBERGEN'
STICHTING CULTUREEL CENTRUM NOORD OOST VELUWE
1961. Op 11 januari klinkt het 100ste concert op 'Vosbergen'. Zwolsche Courant:  Henri Th. Timmerman. Hans Osieck, Pianist – Componist. Honderdste concert in kasteel Vosbergen, (..) een mijlpaal dus in het bijna tien jarige cultureel werk van de onvolprezen heer en mevrouw Kloek - Aalders, die bijgestaan door enkele goede vrienden honderdzestien culturele avonden hebben georganiseerd. Deze mijlpaal viel samen met een belangrijke beslissing (..) Sinds kort heeft men namelijk uitvoering kunnen geven aan ’n langzaam gegroeide gedachte het culturele werk in Vosbergen de status van een stichting te geven. Over deze Stichting Cultureel centrum Noord-Oost-Veluwe heeft de voorzitter van de Raad van Beheer, Mr. A. W. Schade van Westrum aan het begin van het concert aandacht gewijd en daarbij de gelegenheid aangegrepen hulde en warme dank te brengen aan de heer en mevrouw Kloek, die bijna tien jaar geleden het nog steeds groeiende werk zijn begonnen. Hans Osieck heeft op dit gedenkwaardige honderdste concert een recital gegeven met een bijzonder mooi prgramma van overwegend klassiek-romantisch karakter. (..)

1961  1962  Tweede lustrum te vieren.
Met de feestelijke opening van de zomertentoonstelling 'Schilders van deze tijd', een expositie samengesteld door de Culturele Raad van Gelderland,  krijgt het tweede lustrum op 'Vosbergen' alle aandacht in de pers. Er zijn schilderijen van o.a. A. Vijftigschild, Diederen, H.Hierck, I. Horn, D. Nijlnd, A.C. Willink, en F. Haanstra. Tijdens deze zomertentoonstelling  richt Joop Kloek in de opkamer een kleine expositie van eigen werk in om een geheel nieuwe vorm van creativiteit te tonen: zijn vachtmozaïeken waar hij sinds enige tijd mee experimenteert.
Het 10de zomerseizoen wordt muzikaal ingeluid met een optreden van Herman Krebbers viool, aan de vleugel begeleid door Peter Hansen. Vooraf houdt oud-burgemeester Schade van Westrum namens het stichtingsbestuur op humorische wijze een  openings toespraak om te wijzen op het belang van deze recent opgerichte stichting (..het nieuwe borelinkske in de gemeente Heerde..).
Zwolsche Courant:  Henri Th. Timmerman. In Beethovens Wereld, Herman Krebbers op Vosbergen (..) Herman Krebbers is een meesterviolist in wie met het rijpen van zijn kunst de knappe viooltechnische verworvenhden harmonisch zijn samengevloeid van voorname allure en een doorleefde muzikaliteit. Ter gelegenheid van het tienjarig bestaan van het cultureel centrum Vosbergen, waar aan we enige tijd geleden al aan dacht hebben besteed (..) heeft Herman Krebbers met aan de vleugel Peter Hansen gisteravond voor een talrijk gehoor drie Beethovensonates vertolkt. (..)
Het traditionele Zomerconcert van George van Renesse zal niet ontbreken. Net als het eerste lustrumjaar wordt ook dit  tweede klank- en kleurrijk gevierd. We noemen enkele van de vele hoogtepunten. Het RöntgenTrio, de zonen van de componist Julius Röntgen zorgen voor een onvergetelijke avond. Voor een talrijk en opgetogen publiek klinkt de barokmuziek uitgevoerd door Gustav Leonhardt, clavecimbel en zijn echtgenote Marie Leonhardt die een authentieke barokviool, een ‘Steiner’ bespeelt.
Ook de literatuur wordt dit lustrumjaar niet vergeten. Carel Dinaux houdt een causerie over “De aspecten van de hedendaagse roman”. 10 Jaar cultuur op ‘Vosbergen’ wordt afgesloten met een indrukwekkend pianorecital van Willem Andriessen.

1961 1966  Joop en Jopie Kloek hebben hun ideaal gerealiseerd: beeldende kunst, muziek, drama, filosofie en literatuur onder één dak en voor iedereen toegankelijk. Het schilderatelier floreert met wisselende groepjes enthousiaste leerlingen. Joop Kloek en zijn collega’s bespeuren een verandering waar het hun huidige leerlingen betreft. Deze ‘nieuwe’ leerling komt naar het atelier om ‘creatief bezig te zijn’ en om zich hier even te ontspannen. Dit vraagt om een andere aanpak: Joop Kloek vindt het een nieuwe uitdaging om mensen te stimuleren hun eigen creativiteit te ontdekken. Het lesgeven wordt meer een gemeenschappelijke zoektocht binnen de creatieve mogelijkheden van ieder individu en vraagt meer tijd en energie van de leermeester. Deze jaren is Victoria bezig zich te bekwamen in het traditionele schildersvak. In haar vader heeft zij een gedegen leermeester gevonden.
Op naar het derde lustrum: We beginnen met de ‘Schoolconcerten’ en  noemen enkele van de optredende kunstenaars om een indruk te geven van het musicale niveau en de grote verscheidenheid. George van Renesse - piano,  Rosa Spier - harp, Tinie Bresser - piano,  Ardito Quintet - houtblazers, Trio Pim Jacobs - Jazz, Herman Salomon - viool.
1963.  Dit jaar drie zomertentoonstellingen: Op 9 juli wordt nieuwe seizoen geopend met de reizende tentoonstelling “Goede Sier” samengesteld door de Culturele Raad van Gelderland. Wandkleden van Annie Apol, Maria van Oerle, Loes van der Horst - Wenckebach, Lies Gunstenaar, Jurien de Haan, Jaap Nanninga en Henk Scholten. Fraai edelsmeedwerk van H.R.Gerritsen, A. Lukkassen, N. van Beek, B. Lameris, K. Pijpers - Dom en D.J. ter Waarbeek. Deze tentoonstelling werd geopend door de burgemeester van Heerde de heer Tj. Faber.
Traditiegetrouw wordt begin augustus de eerste zomertentoonstelling  afgebroken om voor de tweede plaats te maken. Deze staat dit jaar in het teken van kunstenaars uit de regio N.O. Veluwe: schilderijen van Iet van de Pol - Schokking, Gerrit Veenhuizen, Gerard Mensink, Hans Beers, en Joop Kloek. Keramiek van Frans Slot, zijn jeugdige leerling Theo Genemans en A.L. Crèvecoeur. Beeldhouwkunst van Bé Thoden van Velzen  en A. Veenhuizen - Pool.
De derde Zomertentoonstelling op ‘Vosbergen’ is een selecte overzichtstentoonstelling van Ellen Massée - Komter uit Hattem.
1964.   Paul Citroen is  het stralend middelpunt in de zomertentoonstelling. Hij kent de ruimte en heeft met zorg zijn portretten en enkele landschappen uitgezocht waarbij hij de diversiteit van zijn techniek duidelijk laat uitkomen. Hij schroomt niet om nieuwe ongebaande wegen in te slaan. Op zijn verzoek wordt deze tentoonstelling geopend door Carel Dinaux.
November heeft ‘Vosbergen’ een muzikale primeur voor muziekminnend Nederland: het Hongaarse Trio Legyel.
Zwolsche Courant: Henri Th. Timmerman (..) Al na drie maten wist men te doen te hebben met musici van ras.(..) Deze pianist Attila Lengyel liet meermalen de vleugel zingen in buigzame klanken.(..) Hoogtepunt van het recital vonden we de doorleefde en stilistisch zuivere vertolken van het bewogen Trio in c-moll opus 101 van J. Brahms. Het werd gespeeld in het al geroemde samenspel.
1965. Op ‘Vosbergen’ klinkt het debuut van het nieuwe duo Herman Salomon die zijn zeldzaam schone Stradivarius viool bespeelt met aan de piano Maria Stroo. Zij was jarenlang op talrijke recitals de vaste pianiste van Theo Olof. Het muziekminnende publiek komt van ver. De pers is lyrisch. In een volgende muziekavond klinkt moderne eigentijdse muziek waar Tera de Marez Oyens, piano en Koen van Slogteren, hobo enthousiaste pleitbezorgers van zijn.
Twee zomertentoonstellingen in 1965: De eerste is de reizende tentoonstelling van de Culturele Raad van Gelderland. Onder de titel “Ziet u nu zelf” wordt het publiek uitgedaagd om zelf een oordeel te vormen.
De tweede tentoonstelling krijgt, vanwege het veelzijdige karakter, alle aandacht in de regionale- en landelijke pers: “Apeldoornse kunstenaars te gast op kasteel Vosbergen. Een historisch moment in de geschiedenis van de Apeldoornse beeldende kunst." lezen we. Op uitnodiging van Joop Kloek (zelf lid van “Kunstcentrum”) organiseren nu voor het eerst de leden van “De Kern”, “De Kiem” en “Kunstcentrum”  gezamenlijk een tentoonstelling. Oorspronkelijk en divers van opzet valt er veel te bekijken: schilderijen, pastels,  krijt- en houtskool tekeningen, cartoons, foto’s, keramiek en beeldhouwkunst. De heer F.van Westen, wethouder van onderwijs en culturele zaken opent deze boeiende tentoonstelling.
1966. Cultureel begint het nieuwe jaar voor Heerde met een uitzonderlijk muzikaal evenement. Zwolsche Courant: Henri Th. Timmerman. Organisatorisch en Artistiek een Klinkend Succes. In de kroniek van de Heerder gemeenschap staat dan nu opgetekend, dat op vrijdag 4 februari voor de eerste maal een groot volledig bezet symfonieorkest in Heerde een concert gaf. Het staat ook in nuchtere cijfers, in de bescheiden van de gemeentelijke administratie, want zoals we al uitvoerig geschreven hebben, is de komst van het Gelders Orkest een initiatief geweest vanuit de gemeenteraad. (..) De kerk was helemaal vol. Onder deze zo verheugend talrijke toehoorders bevonden zich het college van burgemeester en wethouders en ook toehoorders van buiten Heerde. (..) Zeer te waarderen vonden we dat er een werk van een Nederlands componist op het programma was gezet, het fluitconcert van Hans Kox.  Bertus Bakker heeft, door het orkest gesecondeerd de lang niet gemakkelijke solopartij uitnemend gespeeld. (..)

1966  1967 Derde lustrum te vieren
Te beginnen met een waar muziekfeest in juni: Het Utrechts Kamermuziekgezelschap met o.a. Schuberts 'grootste schepping' in de kamermuziek: het Forellenkwintet. Het wordt speciaal voor deze feestelijke gelegenheid op Vosbergen ten gehore gebracht.
De zomermaanden zijn de expositieruimtes ingericht met een grote overzichtstentoonstelling van het werk van Joop Kloek, samen met Bé Thoden van Velzen en Frans Slot. Roel Houwink toont enige monumentaal antieke meubelstukken die in de sobere sfeer van 'Vosbergen' helemaal tot hun recht komen.
1966. Wordt traditioneel afgesloten met het jaarlijkse kerstconcert. De zangeres Chanah Milner zingt oud-Jiddische volksliederen, op de vleugel begeleid door Peter Berman. Diverse van deze aangrijpende liederen heeft hij zelf getoonzet.
Zwolsche Courant: Henri Th. Timmerman (..) Chanah Milner heeft gisteravond in Vosbergen te Heerde het Jiddische lied voor ons laten leven. Zij heeft ons ontroerd; zij heeft ons laten glimlachen; maar vooral, omdat we toch nooit meer wat in Pressers  Ondergang is samengebald kunnen vergeten, ons diep bewogen.(..) Weemoed en verlangen, lichte of wat navrante humor wisselden elkaar af in de volgende liederen van Mordechai Gebirtig. (..) Chanah Milner zong tenslotte het aangrijpende ’s Brent, symbool bijna van het Joodse lot.

1966 1971  Het Gelders Orkest heeft de jaarlijkse route naar Heerde gevonden, de schoolconcerten zijn van hoog muzikaal gehalte, de kamermuziekavonden op ‘Vosbergen’ bloeien. Joop en Jopie Kloek vinden het een verheugend feit dat steeds meer jonge toehoorders de weg naar ‘Vosbergen’ ontdekken.
1968. Enkele muziekale hoogtepunten: Het Debussy Herdenkingsrecital van Sas Bunge. Zwolsche Courant: Henry Th. Timmerman. Ondergedompeld te worden, een hele avond lang, in de fascinerende klankschoonheid van de pianomuziek van Claude de Bebussy is bepaald geen alledaagse gebeurtenis. Sas Bunge behoort tot de zeer weinige pianisten in ons land, die een recital willen en kunnen geven, dat geheel gewijd is aan de werken van Debussy. (..)
De jeugdige pianist Jet Röling wordt in de pers geroemd. Dit geldt eveneens voor de jonge musici van het Trio Alclapia dat voor het eerst in het oosten van het land optreedt met Noor Relijk, piano; Ernö Steier, altviool; Ferenc Szabó, klarinet.
1969.  Een winteroptreden van de acteur Tob de Bordes met het programma “Struisvogels”. Hij laat hierin zien hoe de mens in zeer verschillende omstandigheden niet oog in oog durft te staan met de uiterste consequenties waartoe zijn bestaan hem heeft geleid.
In maart klinkt Barokmuziek bij kaarslicht met Ton Koopman. Zwolsche Courant: Henri Th.Timmerman (..) In kasteel Vosbergen speelden en zongen vrijdagavondleden van het Nederlands Muziek College en daar aan deze avond van kamermuziek ook enkele musici van het Amsterdams barokensemble Musica da Camera meewerkten, kon een veelzijdig programma worden uitgevoerd. De charme en kracht van ensembles die zich toeleggen op de oude muziek, ligt in de snelle afwisseling van de stukken en vocaal instrumentale bezetting.(..) Ton Koopman kon zijn muzikaliteit uitleven toen hij niet hoefde te begeleiden maar op zijn kwetsbaar instrument een fraai kort  Sweelinckstuk speelde. (..)

1968 Italië, Toscaans landschap
© Joop Kloek, penseeltekening


1971  1972  Vierde lustrum te vieren
De recente schilderijen van Joop Kloek, allen een kleurrijke getuigenis van zijn arbeidzame leven in zijn atelier in Toscane, sieren de wanden van Vosbergen. Het culturele werk van Joop en Jopie Kloek, terzijde gestaan door hun dochter Victoria Kloek, bestaat deze zomer 20 jaar. Met het traditionele optreden van George van Renesse in augustus is een extra feestelijk zomerconcert georganiseerd dat een nieuwe periode voor Vosbergen inluidt. “Ruimte te kort bij recital” is de krantenkop.
Zwolsche Courant: Henri Th. Timmerman. In kasteel Vosbergen, dat zijn functie als bescheiden intiem en altijd gastvrij muziekcentrum al zovele jaren vervult, wordt geen onderscheid gemaakt tussen de vele musici uit eigen land en daarbuiten. Zij waren allen welkom, en heer en mevrouw Kloek – Aalders omringde elk van hen met dezelfde zorgen. George van Renesse, die donderdagavond al voor de twintigste maal gedurende de zomermaanden in Vosbergen een recital gaf, vormt tòch een uitzondering. Tussen hem en Vosbergen en zijn bewoners is in de loop van de jaren een bijzondere band gegroeid. Deze bijzondere verknochtheid strekt zich ook uit tot het gehoor, dat in Vosbergen komt en het intieme muziekcentrum niet zou willen missen. Er is een vast kern van Vosbergen – vrienden die de meeste concerten plegen bij te wonen. Maar telkens als George van Renesse komt spelen vullen de beide zaaltjes zich tot de laatste plaats en voor het recital van gisteravond kwam men ruimte tekort. (..) Aan zijn spel in Vosbergen bewaren wij  kostbare muzikale herinneringen. George van Renesse is met de muziek van Schubert sterk verbonden. Als maar heel weinigen onder de Nederlandse pianisten heeft hij desubtiele, schijnbaar eenvoudige, maar in wezen zeer  gecompliceerde kunst van Schubert doorgrond. Hij weet in deze Schubertmuziek de typerende droomwereld in de  romantische lyriek en soms eindeloos vervoerende zielsverrukking op te roepen. (..) De pianist vulde het programma voor de pauze geheel met de grootse Sonate in Bes, een meesterwerk dat Schubert in zijn sterfjaar componeerde. Op zijn eigen wijze heeft George van Renesse iets over Schubert en de sonate verteld, bewon- derend, met een vleugje weemoed en humor. (..) George van Renesse bracht heel sympathiek hulde aan de heer R. de Graaf (uit Zwolle), die de – ook ouder wordende kleine concertvleugel zó verzorgt dat zelfs een, als veeleisend bekend staande, pianist als George van Renesse tevreden is.

1972.  Het nieuwe kalenderjaar begint in januari met een optreden van het Amsterdams Vocaal Kwartet dat dit jaar zijn 25 jarig bestaan viert. Een Hommage aan Johannes Röntgen. Zwolsche Courant: Henri Th. Timmerman. Johannes Röntgen maakt het jubileumseizoen van het Amsterdams Vocaal Kwartet zelf niet meer mee. In Vosbergen is de sympathieke musicus niet vergeten; hij was een “vriend van den huize” en ook het vernieuwde kwartet eerde Johannes Röntgen. (..) De vele toehoorders, onder wie de burgemeester van Heerde en mevrouw Faber, waren zeer erkentelijk jegens het Amsterdams Vocaal Kwartet, vier zangers in het kaarslicht rond een tafel geschaard.

Op 21 april 1972 treedt Het Gelders Kamermuziek Ensemble op.
Het is het laatste concert in Kasteel Vosbergen.
Het gebouw zal de komende tijd een ingrijpende restauratie ondergaan.
Zwolsche Courant: Henri Th. Timmerman. Zij waren in Vosbergen niet vreemd meer, de instrumentalisten die met veel vakmanschap en nog meer enthousiasme Het Gelders Kamermuziek Ensemble vormen. (..) De tijd na de pauze werd geheel gevuld door het beroemde “Forellen - kwintet” voor piano en viool, altviool, cello en contrabas van Franz Schubert. Hoogtepunt uit de sublieme kamermuziek , moeiteloos en vol levensvreugde geschreven met slechts even een vleug van melancholie over de muziek: “..und die Weld hebt an zu singen.”
Zonder toespraken en ophef hebben de heer en mevrouw Kloek - Aalders afscheid willen nemen van het kasteeltje. Maar de kamermuziekavonden, waarvoor de belangstelling sterk is toegenomen, gaan door. Vlak voor de slotgracht van Vosbergen staat een juweel van een Saksische boerderij, die al in restauratie is. In de veel grotere en toch stijlvolle ruimte  waar de sfeer van Vosbergen weer zal heersen, worden over enige maanden de concerten voortgezet. Tot vreugde van velen, die de bescheiden en gastvrije kasteelbewoners zeker blijvend dankbaar zullen zijn voor vele avonden van artistieke vreugde en schoonheid, in eensgezinde sfeer.

VERHUIZING NAAR DE SAKSISCHE BOERDERIJ
De Saksische boerderij op Vosbergen wordt met het traditionele zomerconcert van George van Renesse ingewijd. Vanwege de overgrote belangstelling heeft George van Renesse zich bereid verklaard om voor deze bijzondere gelegenheid zijn concert twee maal te geven. Beide avonden zijn uitverkocht. “Vosbergen begon nieuwe periode”, kopt de krant.
Zwolsche Courant: Henri Th. Timmerman. Hecht gebaseerd op een prachtige atistiek-culturele traditie van ruim twintig jaren is Vosbergen donderdagavond aan een nieuwe periode begonnen. (..) Op een steenworp afstand van het kasteeltje staat de oude Saksische boerderij van het landgoed Vosbergen, rechts van de oprijlaan. Deze Saksische boerderij is geheel gerestaureerd met handhaving van de oorspronkelijke stijl. Ook de voormalige deel is in de oude stijl gehouden en dient als atelier voor de schilder Joop Kloek die met zijn echtgenote de boerderij is gaan bewonen. Door het treffen van de verlangde voorzieningen   kunnen op deze ‘deel’ ook de Vosbergen - Kamermuziekavonden gehouden worden. Stellig tot vreugde van de velen die ‘Vosbergen’ niet zouden willen missen. Voor het eerste concert in de Saksische boerderij Vosbergen van George van Renesse was zoveel belangstelling dat deze pianist “van het eerste uur” zijn concert van donderdagavond op zaterdagavond zal herhalen. Sinds 1952 heeft George van Renesse  elke zomer een recital op Vosbergen gegeven, nu in de Saksische boerderij. De deel is een juweel met het fraaie dak boven de stoere balken, een werkstuk van architect Ir. H. Meijerink uit Zwolle, die het ontwerp maakte, uitgevoerd door de aannemer fa. Berghuis uit Wenum. De ruimte  bezit stijl en sfeer, ook door het kaarslicht dat de sobere voornaamheid nog accentueert. (..) Als voorzitter van de Stichting cultureel Centrum N.O.Veluwe heeft de heer C. J. E. Dinaux  een welkom gesproken. In het bijzonder  de burgemeester van Heerde , de heer Tj. Faber, die de opening wilde verrichten, en de heer en mevrouw Van Dedem uit Dalfsen. (..) Ook de burgemeester van Heerde bracht dank  aan de heer en mevrouw Kloek, er met nadruk op wijzend dat het gemeentebestuur het op prijs stelde dat de stichting bestaan blijft en het eerste concert kan geven in de nieuwe behuizing. Ook aan de concertgever werd dank gebracht dat hij dit concert (zijn 21ste zomerconcert) heeft willen geven.  George van Renesse had voor deze grote gelegenheid de beschikking over een grote Petrovconcert- vleugel, van de fa. Ansingh uit Zwolle. George van Renesse had zijn programma helemaal aan  Franz  Schubert gewijd. (..) Zijn dichterschap en sterke herscheppende pianistische eigenschappen maken van de muziek van Schubert een intense belevenis. (..)
In september is een rijk gevarieerd programma te beluisteren uitgevoerd door Dirk Alma, fluit; Ellen Alma, cello en Gert Oost , portatief. Dit roerige lustrumjaar wordt in november afgesloten met het optreden van het Philidor Trio. Uitvoerenden zijn: John Helstone, viool; Christian  Norde, altviool en Jet Röling piano. 

1971 1976 We noemen weer enkele muzikale hoogtepunten:
1973. Een fraaie liederenvertolking geeft Ruud van der Meer, aan de piano begeleid door Rudolf Jansen.
Joachim Röntgen, viool treedt op samen met pianiste Thérèse Berger. Joachim Röntgen is een oude bekende op Vosbergen. Van de drie broers die samen het bekende Röntgen Trio vormden  is hij de enige die nu nog optreedt.
In augustus klinkt  het zomerconcert van George van Renesse.
1974. Jet Röling, piano.Zwolsche Courant: Henri Th.Timmerman. De knappe pianiste bracht een opmerkelijk programma want de sonate in Fis-dur opus 78 van L.van Beethoven wordt maar zelden op een concert gespeeld. (..) Respect verdient  de prestatie de vijftien Hongaarse  boerenliederen van Bela Bartok in hun snelle afwisseling te karakteriseren. (..)
George van Renesse  heeft in 1974 een muzikaal feest te vieren! “Stijlvolle viering van Gouden Jubileum George van Renesse” kopt de Zwolsche Courant. Zwolsche Courant: Henri Th. Timmerman. George van Renesse kon, als maar uiterst weinig pianisten in ons land onder het motto: ‘Vijftig jaar concertpodium’ zijn jubileum-concert geven. Hij deed dit in de ruime Saksische boerderij Vosbergen te Heerde en dit was tevens zijn vijfentwintigste recital daar in een tijdsverloop van drieëntwintig jaar. (..) George van Renesse had Vosbergen gekozen omdat er tussen de heer en mevrouw Kloek - Aalders als bewoners van kasteeltje en boerderij een nauwe vriendschapsband is gegroeid. Deze sterke muzikale vriendschapsband strekt zich uit tot de vele duizenden muziekliefhebbers , die de intieme concerten met hun bijzondere democratische sfeer bijwoonden. (..) De populariteit van de pianist en van Vosbergen bleek opnieuw, want de toch heel ruime concertruimte was tot de laatste plaats bezet en velen moesten door plaatsgebrek worden afgewezen. Terecht noemde de burgemeester van Heerde, de heer Tj. Faber, dit als de beste hulde die men George van Renesse had kunnen brengen. In hartelijke woorden heeft de burgemeester namens zijn gemeentebestuur  de jubilerende pianist de sympathie van de Heerder gemeenschap overgebracht, vergezeld van een fraai herinneringswandbord. Later heeft ook de burgemeester van Epe gesproken, omdat ook daar de pianist zoveel bewonderaars heeft. Als wn. voorzitter van de Stichting dankte Jhr. Mr. Verspyck de jubilerende pianist voor zijn jarenlange trouw aan Vosbergen en voor alles wat vele duizenden aan muzikale schoonheid was geschonken.(..) Uiterst fijnzinnig was het geschenk van de familie Kloek, sinds jaren vrienden van George van Renesse, die ooit eens een dirigentencursus volgde in het Italiaanse Siena in de buurt waarvan de schilder Joop Kloek een schilderatelier heeft. Hij schonk een eigen doek van het romantisch gelegen Siena, en de dochter gaf bloemen. Te ontroerd voor lange dankwoorden, beperkte de zeer emotionele pianist zich tot een enkel woord. Hij had zich al uitgesproken in zijn eigen taal: de muziek die hem lief is. Pianowerken in een omvangrijk programma: Schubert, Schuman, Chopin en Debussy, Grieg en Fauré en tenslotte Rachmaninoff en bewerkingen van Kreisler en richard Strauss. (..) Toen de enthousiaste applausgolven verklonken waren, maakten velen gebruik van de gelegenheid om George van Renesse persoonlijk hun dank en hulde te betuigen. Als slot van een feestelijke en vooral stijlvolle herinnering waarop deze regio zeer trots kan zijn.
1975.  De Hervormde Kerk in Heerde is door het jaarlijkse concert van Het Gelders Orkest tot in wijde omtrek een begrip geworden vanwege haar bijzonder fraaie acoustische kwaliteit.
Op 'Vosbergen' komt Ensemble Ton Hartsuiker met een zeer gevarieerd programma.
Het Amsterdam Vocaal Kwartet heeft een afscheidstournee door Nederland gehouden en geeft, met een indrukwekkend gevarieerd programma het slotconcert op Vosbergen.
Het zomerconcert in 1975 met George van Renesse.
Zwolsche Courant: Henri Th. Timmerman (..) Er was op dit zo duidelijk geliefde recital van onze grote romantische pianist een verheugende noviteit. George van Renesse bespeelde op dit concert namelijk voor de eerste maal de gloednieuwe grote Grotrian – Steinwegvleugel. Dankzij het stoutmoedige initiatief van R. de Graaf  Muziek b.v. Zwolle, die zich dit meester-instrument heeft aangeschaft voor gebruik in onze regio.

1976  Het vijfde lustrum
Op 7 mei klinkt het laatste concert op 'Vosbergen'.
Het Gelders Kamermuziek Ensemble sluit deze periode van 25 jaar kamermuziek op ‘Vosbergen’, na de pauze, af met 'Het Forellenquintet' van Franz Schubert. Het doek valt en talrijk zijn de sprekers die hun gevoelens van dank willen uiten en deze laatste gelegenheid aangrijpen om een markante herinnering op te halen aan de muziekperiode op 'Vosbergen'.
De Stichting Cultureel Centrum Noord Oost Veluwe wordt ontbonden.


Niet gedateerd Italië, Siena
© Joop Kloek, olieverfschilderij

1976 1992 'Vosbergen' het atelier van Joop Kloek
De afgelopen 25 jaar is het Joop en Jopie Kloek gelukt om hun droom te realiseren: ‘Vosbergen’ cultureel centrum is hun gezamenlijke levenswerk. In 1976 is Joop Kloek 64 jaar geworden. Gaat een ander op zijn 64ste met pensioen, zo niet Joop Kloek. Hij wil nu de hem resterende tijd zo goed mogelijk benutten in zijn beide ateliers. Hij ziet er naar uit om ongestoord ‘zijn’ Toscane te schilderen. Joop Kloek is de veelzijdige schilder van het portret, het stilleven en het landschap, van de complexe architectuur der Italiaanse renaissance bouwmeesters, maar ook van ‘Vosbergen’ en het verstilde bloemstuk. Zelf over kunst praten doet hij zelden, over de tijd waarin het kunstwerk ontstaan is des te meer. In Gent is hij klassiek geschoold en deze traditie blijft hij trouw. Van de moderne- en experimentele stromingen binnen de schilderkunst heeft hij zich afzijdig gehouden. Zijn lijfspreuk is: “Wees niet tevreden met wat je bereikt hebt. Durf van voren af aan te beginnen, blijf zoeken en blijf werken.”

In september 1992 vertrekt Victoria Kloek naar Frankrijk op zoek naar een eigen atelier. In het licht van de Côte Opale hervindt zij haar palet en komt weer tot schilderen. Inmiddels woont en werkt zij in Zierikzee.
In november 1992 overlijdt Joop Kloek.
Johanna Kloek - Aalders zal ‘Vosbergen’ in het voorjaar van 2002 verlaten.
De Saksische boerderij op 'Vosbergen' wacht een nieuwe bestemming.

_______________




JOOP EN VICTORIA KLOEK
EEN GESCHREVEN PORTRETSCHETS


Het persoonlijke verhaal rond de 'Zomertentoonstelling' in Heerde, georganiseerd door de HHV, verwoord door Arnoud van Melle.
Dit is de authentieke tekst voor de publicatie van de HHV.

Joop Kloek (1912 1992) - gedreven door het licht en het schone

De werken
De selectie voor deze tentoonstelling bestaat uit acht olieverfschilderijen op linnen. Joop Kloek beheerste vele technieken tot op hoog niveau: ets, pentekening, houtskool, pastel, aquarel en natuurlijk olieverf op paneel en linnen. Zijn oeuvre is zo groot in kwaliteit en kwantiteit dat een strenge selectie noodzakelijk is.


Bij Castellina in Chianti, Toscane, Italië.

Voor deze tentoonstelling zijn daarom alleen schilderijen geselecteerd. Deze werken geven een goed beeld van de rijkdom aan thema´s die hem dierbaar waren: portretten, bloemstukken, architectuur, het Italiaanse landschap en de Italiaanse oude steden.

  1. portret van zijn vrouw Johanna Kloek- Aalders met hun hond Bigoudie, 1971
  2. portret van zijn dochter Victoria Kloek, 1973
  3. bloemstuk, 1969
  4. ‘Vosbergen’, 1971
  5. Detail van de Neptunus fontein, Firenze, Italië, 1972
  6. Zicht op Siena, Italië, ongedateerd
  7. Uitzicht op Castellina in Chianti, Italië, ongedateerd
  8. Orvieto, Italië, 1973

Kijken met een tijdloze impressionistische blik die gericht is op het schone
Stel dat u niet weet wanneer deze schilderijen geschilderd zijn. Het lijkt onwaarschijnlijk dat u deze werken dan dateert in de periode 1950 – 1970. De stijl is over het algemeen impressionistisch. Iedere verwijzing naar de moderne tijd is afwezig: nieuwbouw, geasfalteerde wegen, auto’s, winkels, hoogspanningskabels. U vindt ze niet. Deze schilderijen lijken ons mee te sleuren in een tijdloos esthetisch universum, waarbij de toeschouwer onder de indruk raakt van de schoonheid van de wereld: de pracht van de schepping en de bouwwerken uit de geschiedenis. Ze lijken te verwijzen naar de periode voordat de moderniteit zijn intrede deed.
Hieronder tracht ik een aantal drijfveren van Joop Kloek weer te geven. Daarnaast wordt het werk van Joop Kloek geplaatst in de ontwikkeling van de beeldende kunst in de twintigste eeuw.

Beheersing van het bouwkundige ambacht en kennis over de geschiedenis
In <verwijzing naar het stuk dat Victoria schrijft> is beschreven hoe Joop Kloek het kasteel Vosbergen te Heerde heeft gerestaureerd. Hij deed dit op ambachtelijke wijze en voornamelijk met oude technieken. Als hij moest kiezen tussen kalk-zand of portland cement, dan ging zijn voorliefde uit naar kalk-zand in plaats van het moderne cement. Hij wees ons met gevoel voor ironie op de vele gebouwen die slechts met mensenhand en oude technieken zijn neergezet en die de tand des tijds hebben doorstaan, terwijl veel moderne gebouwen na een tiental jaren door betonrot vervallen.
Het begrip van het artistieke werk van Joop Kloek neemt naar mijn mening toe als men niet alleen oog heeft voor de kunstenaar, maar ook voor de man die vele bouwkundige technieken in met name hout en steen beheerste.
Hij zag niet alleen de schoonheid van een gebouw en de mogelijkheid om bijvoorbeeld een kerk als object in een mooie compositie te plaatsen. Hij doorzag het gebouw ook als architect en bouwmeester. Hoe is het gemaakt, met welke materialen en in welke tijd? Als we een stad bezochten en hij vertelde over de gebouwen, dan was zijn verhaal over de schoonheid van het gebouw altijd gekoppeld aan de menskracht, de bouwtechniek en de materialen waaruit het is opgetrokken.
Een belangrijke bron en toetsteen voor Joop Kloek is Marcus Vitruvius, die leefde in de eerste eeuw voor Christus. Hij heeft een boek geschreven over de bouwkunde i dieci libri dell’ architettura (in het Nederlands meestal vertaald als handboek bouwkunde).Het bijzondere aan het werk van Vitruvius is dat het een alomvattende visie geeft op de architectuur. In samenhang zien we: de materialen, de gereedschappen, het ontwerp, het bouwwerk en zijn doel, de sociale omgeving en tot slot het gevoel voor schoonheid. Met betrekking tot de schoonheid wordt de eenheid van de kunsten inclusief de literatuur, poëzie en de muziek benadrukt.
In de renaissance worden klassieke technieken en schoonheidsbeelden herontdekt en in vele werken tot ongekende hoogten gebracht. Dit gold ook voor de architectuur, de ideeën van Vitruvius werden herontdekt. De architect Andrea Palladio (1508 – 1508) laat zich door deze ideeën inspireren. Het klassieke schoonheidsbeeld en de herontdekking en vervolmaking hiervan in de renaissance waren voor Joop Kloek belangrijke inspiratiebronnen. Zijn fascinatie voor Italië en Toscane in het bijzonder was niet toevallig. In dat gebied kwam voor hem alles samen: een aangenaam klimaat, het licht om te schilderen, het landschap, de geschiedenis, de kunst.
De alomvattende visie op de eenheid van de kunsten is Joop Kloek geheel eigen. Met latere ideeën, waarbij vanaf de achttiende eeuw tijdens de verlichting het nuttigheidsbeginsel zijn intrede doet, heeft hij altijd veel minder voeling gehad. Voor Joop Kloek beantwoordde de moderne stad en de industrialisatie niet aan zijn beeld van een omgeving waarin de mens goed kan leven, wonen en werken. Over de moderne tijd, waarbij de nadruk ligt op nut en schaalvergroting, heeft hij vaak verteld dat men de menselijke maat uit het oog is verloren. In theoretisch opzicht vond hij dit verlies beschreven bij de grote historicus Johan Huizinga, onder andere in zijn laatste werk dat postuum is uitgegeven: Geschonden wereld.

Als Joop Kloek vertelde over kunst, en de kunstwerken, dan vertelde hij vooral over de geschiedenis: welke sociale, economische, religieuze en politieke krachten waren werkzaam in de tijd waarin een bepaald werk ontstond? Kunst weerspiegelt de tijdgeest waarin het ontstaat door het te expliciteren – er mee in harmonie te zijn - of door er kritiek op te leveren. Een boek, een gedicht, een bouw- of kunstwerk beschouwde hij nooit in zijn isolement. In zijn grote aantal lezingen heeft hij velen laten genieten en werelden voor hen geopend. Hij heeft zijn opvattingen, zoals de schrijvende kunstenaar Karel van Mander (1548 – 1606) wel heeft gedaan, nooit structureel op papier gezet. Dit is gezien zijn enorme kennis en holistische opvatting over kunst en geschiedenis te betreuren.
Een voorbeeld van zijn visie: hij vertelde vaak over de relatie die er is tussen de beschikbaarheid van werkkrachten en de pest. De bouw van de dom in Siena heeft in de veertiende eeuw erg onder de pest te leiden gehad.
Een ander voorbeeld dat hij vaak noemde is de Hollandse schilderkunst uit de zeventiende eeuw. De landschappen, statieportretten, landschappen, interieurs en de vele stillevens wijken af van de werken die gemaakt werden in Italië. Vaak wordt gezegd dat schilders in deze thema’s hun technische kwaliteiten konden laten zien: beroemd is het weergeven van lucht, water, glas, huid en de veren van geschoten wild. Joop Kloek wees daarnaast ook op de invloed van de reformatie. De breuk met het katholicisme legitimeerde voor de kunstenaar de mogelijkheid en vrijheid om andere – vaak niet religieuze – paden te ontdekken. Er breekt op dat moment in Nederland een nieuwe tijd aan. De opkomst van de burgerij, rijk geworden door de handel, zorgde ervoor dat er een markt was voor deze nieuwe wijze van kijken naar de schoonheid van de schepping.
Zijn interesse was groot en vooral in de winteravonden verdiepte hij zich in de wereldgeschiedenis en -literatuur. Zijn bibliotheek was omvangrijk en divers. ’s Avonds las hij vaak voor uit de grote werken uit bijvoorbeeld de Indiase, Perzische of Russische literatuur. Met betrekking tot wat we kunstgeschiedenis noemen – ik heb hem die term eigenlijk nooit horen gebruiken - vond hij egodocumenten, reisverslagen en beschrijvingen van schilders in hun tijd erg belangrijk. Zeer geliefd waren bijvoorbeeld: het Schilderboeck van de al eerder genoemde Karel van Mander, Vasari (1511 – 1574) Levens van de uitmuntendste Italiaanse architecten, schilders en beeldhouwers, van Cimabue tot onze tijden en de dagboeken van Vincent van Gogh (1853 – 1890).

Gedreven door het licht en het schone en het verhevene
Joop Kloek was 27 toen op 1 september 1939 de tweede wereldoorlog uitbrak. Zijn creatieve jaren had hij nog voor zich. Wat betekent het schone nog na twee verwoestende wereldoorlogen en het onbegrijpelijke van de holocaust? Wat betekent het schone vanaf de jaren vijftig; een tijd waarin de massamedia oog en oor van de mens lui maken? Het blijven zoeken naar en het op waarde schatten van het schone stond voor hem als kunstenaar centraal. Dit was voor hem vaak een veeleisende opgave. Om het leven, werk en de opvattingen van Joop Kloek te begrijpen, is het van belang dat we ons realiseren dat hij zijn vorming aan de academie te Gent heeft gehad in de periode voor de tweede wereldoorlog. De negentiende eeuw en de eeuwen daarvoor staan misschien dichter bij hem dan de moderne twintigste eeuw.

Voor de schilder is het licht waardoor de werkelijkheid voor ons oog zichtbaar wordt elementair. Maar het licht zelf is altijd in verandering en ongrijpbaar. Hoe vangt men met verf op linnen het spel dat zich afspeelt tussen het licht en de objecten in de werkelijkheid? We gaan te snel… Er is nog helemaal geen schilderij. Joop Kloek vertelde vaak dat het kijken en het voelen voorafgaan aan het schilderen. Kijken en zien vragen tijd. Het schilderij ontstaat niet op het doek. Het ontstaat in je hoofd. Buiten, al kijkend, lopend, pratend, of denkend. Om gezien te worden, vraagt ook het kijken naar een schilderij om tijd. Hoe weinig zien en voelen we door een vluchtige blik op een werk? Onze blik blijft dan letterlijk aan de oppervlakte – het plaatje – hangen. Joop kloek kon mensen leren om te kijken en te zien.
Schilderen was voor Joop Kloek niet louter een expressie van inspiratie. Schilderen is een ambacht en het vereist oefening, kennis van kleur, een enorme technische beheersing en tot slot een kritisch reflecterend vermogen. Al deze elementen, inclusief de inspiratie, waren voor hem niet in tegenspraak, maar maken deel uit van de universele mens.
En dan is er het schilderij… Joop Kloek was zich zeer bewust van het feit dat het schilderij altijd een benadering is van wat hij gezien heeft en van wat hij heeft willen uitdrukken. Een schilderij was voor hem zelden af. Ook een schilderij van decennia terug kon hij van tijd tot tijd bijwerken. Aan de lucht, de overgang tussen het landschap en de stad, of aan een schaduw kon hij blijven werken om het ultieme te benaderen. Het is soms gebeurd dat door die laatste wijzingen dat ultieme uit een schilderij verdween en niet meer terugkwam.

Welke techniek en opvatting gebruikt Joop Kloek om ons het schone en het ultieme te laten zien? Merk op dat Joop Kloek realist is. Ondanks de ontwikkelingen aan het begin van de twintigste eeuw – waaronder het expressionisme, het kubisme en het experimentalisme - blijft het realisme voor hem een belangrijk uitgangspunt. Realisme in de schilderkunst is een beladen begrip: vaak wordt met realisme bedoeld het weergeven van het ware, rauwe en arme leven. Het tonen van de schaduwzijde van het leven in de moderne geïndustrialiseerde wereld. Joop Kloek keert zich hier heel bewust van af. Hij blijft op zoek naar het schone.
Enkele belangrijke inspiratiebronnen in zijn tijd aan de academie zijn: Hercules Segers (1590 – 1630) een buiten zijn tijd staande zeventiende eeuwer. De dichter, graficus en schilder Jan Luyken (1649 – 1712) en Oskar Kokoschka (1886 – 1980). Vervolgens gaat hij op zoek naar zijn eigen idioom om zich uit te drukken.
Vanaf het midden van de negentiende eeuw komt de fotografie op. De schilder- en tekenkunst zijn hierdoor niet meer nodig om een natuurgetrouw beeld van de werkelijkheid te geven. De opkomst van de fotografie met zijn mechanische vermenigvuldigingstechieken hebben bevrijdend gewerkt op de schilder- en tekenkunst. Schilders ontdekken nieuwe wegen om onze wereld en het licht weer te geven. De impressionistische wijze van kijken en de impressionistische schildertechnieken geven een nieuwe manier om door de dingen heen te kijken, of om het licht vanaf een schilderij te laten schitteren. De impressionistische manier van kijken is absoluut geen trucje, of techniek. In diverse kunsthistorische boeken leest met over het kijken-door-de-oogharen. Hierom moest hij glimlachen. Het was voor hem een levenshouding, een manier om je open te stellen voor de werkelijkheid om je heen. Dit is soms door je oogharen, maar vaak in verwondering en verbazing met je ogen wijd open.

We kijken nu even naar zijn schilderijen, bijvoorbeeld naar de lucht op het schilderij met het zicht op Siena. U ziet het schitterende licht. Maar hoe maakt hij dat? Bekijk de geschilderde lucht eens van dichtbij, dan ziet u kleurvlakken waarvan u misschien denkt: “hè, dat geel zit toch niet in de lucht?” Neemt u wat meer afstand, dan ervaart u: “precies, zo zindert de lucht boven Siena.” Als u later de tijd neemt om nog eens goed naar de lucht te kijken en dan vooral naar de veranderingen in het licht, dan zult u soms ervaren: “hè, dat kan niet. Deze kleurencombinatie in de lucht, dat is zoals op dat ene schilderij.” Er is interactie tussen de werkelijkheid en de beeldende kunsten. De beeldende kunst is niet alleen een weergave van de werkelijkheid, ze vormt ook de manier waarop we naar de werkelijkheid kijken. Iedere tijd ontwikkelt zijn eigen paradigma en metaforen om te kijken en te zien. Joop Kloek was zich dit zeer bewust. Hij kon op fascinerende wijze vertellen over de wijze waarop bijvoorbeeld de meesters in de zeventiende eeuw met hun eigen technieken en wijze van kijken speelden met het licht. Hoe velen van hen in Italië nieuwe technieken leerden en deze toepasten en modificeerden om het bijzondere Hollandse licht te vangen.
Hij kende en beheerste de technieken van de oude meesters, maar imitatie of herhaling in de beeldende kunst van wat geweest is wees hij af. Daarvoor was hij te veel een autonoom kunstenaar. Wel was hij overtuigd dat men put uit een gezamenlijke bron, namelijk het schone.

Soms raakt een cultuur het contact met deze bron kwijt. De tweede wereldoorlog heeft voor vele kunstenaars een breuk betekend met het verleden, Joop Kloek heeft zich altijd heftig tegen deze breuk verzet. De opkomst en populariteit van bijvoorbeeld cobra – om één van de belangrijke nieuwe stromingen te noemen - hebben hem persoonlijk aangegrepen.
Ondanks dat Joop Kloek zeer kon genieten van creaties van anderen, had hij voor zichzelf een zeer duidelijk kader van wat goed of mooi en wat niet goed of lelijk is. Kunst die populair, grof of vulgair was, wees hij ten strengste af. Schoonheid is voor Joop Kloek uiteindelijk een objectief oordeel. Deze opvatting gold voor alle kunsten. Ik geef u hieronder enkele anecdotische voorbeelden.
De actie tomaat, die van grote invloed is geweest op de ontwikkeling het toneel in Nederland, werd op Vosbergen vaak genoemd als voorbeeld van het loslaten van een traditie waardoor veel goeds werd weggegooid.
Ook in de recente literatuur zijn ontwikkelingen die een breuk vormen met de oude canon. Over bijvoorbeeld de vroege werken van Jan Wolkers of Jan Cremer kan men oordelen dat ze plat en vulgair zijn en niet gericht op het schone. Deze werken waren op Vosbergen dan ook niet te vinden.
Nog recenter, ik neem u mee naar 1984. Ik zat op de middelbare school. Mijn beide grootouders keken met groot onbegrip Veronica’s Countdown. Zij konden niet begrijpen hoe het mogelijk is dat de video clip when the lady smiles, van de Golden Earring, die geproduceerd is door Dick Maas, vertoond kon worden. Wat is er schoon aan de aanranding van een non? Wat voor een uiting is dit? Let wel, er was geen taboe op een bloot lichaam. Het gaat om de wijze waarop met het menselijk lichaam wordt omgegaan of de wijze waarop het wordt getoond.
Deze voorbeelden roepen misschien de vraag op of Joop Kloek zich met zijn kunstopvatting niet buiten de werkelijkheid en de huidige tijd heeft geplaatst. Dit is geenszins het geval. Hij was zeer goed op de hoogte van de actuele ontwikkelingen. Hij volgde de ontwikkelingen in de actualiteit tot op zeer hoge leeftijd op de voet. Het NRC Handelsblad en radio 1 waren hierbij voor hem een belangrijke informatiebronnen. Iedere zondag luisterde hij naar het commentaar op de wereld door G.B.j. Hilterman. Ik kon met hem zeer goed van gedachten wisselen over de Palestijnse kwestie of de Perestrojka in Rusland ten tijde van Gorbatsjov. Door zijn enorme kennis en eigen opvattingen was het altijd zeer boeiend om hem te horen praten over het hier-en-nu waarin we leven.
We lijken nu op een schijnbare tegenstelling te stuiten. Hierboven schreef ik dat voor hem de negentiende eeuw misschien dichterbij is dan de twintigste eeuw. Hoe verhoudt zich dit tot zijn staan in het heden? Als het gaat om de ultieme bron van waaruit hij leefde, dan is dat volgens mij altijd een pre-moderne geweest. Door zijn kennis en waardering van het verleden kon hij ons een spiegel voorhouden over onze eigen tijd, die we zelf niet altijd zagen.

Het tonen van het licht, het schone en het verhevene in zijn werken
Laten we eens kijken naar de acht werken die geselecteerd voor deze tentoonstelling. Hoe realiseert Joop Kloek het vastleggen van het licht, het schone en het verhevene.
We beginnen met het schone. Kijkt u bijvoorbeeld naar het bloemstuk of de ossen in het Italiaans landschap. Hoe ervaart u het? Waarschijnlijk zegt u: “Dit is mooi!” Het kan bijna niet anders of u wordt getroffen door de schoonheid van deze schilderijen. Dit is wat Immanuel Kant (1724 – 1804) noemt de esthetische ervaring van het schone. Het schilderij roept als vanzelf een gevoel van het schone op. Als u probeert na te gaan hoe dat gevoel van schoonheid is opgeroepen, dan valt waarschijnlijk op dat u niet heeft nagedacht. U kijkt naar het bloemstuk en zonder dat u er over hoeft na te denken, zonder enige kennis over smaak, techniek of kunstgeschiedenis ervaart u het als mooi.
Voor Kant was het onderscheid tussen kennis en esthetica belangrijk. Esthetica heeft een eigen domein. Omdat de ervaring van het schone tot ons komt zonder na te denken is het schone dus niet te vergelijken met kennis. Bij de esthetische ervaring gaat het om een vrij spel van uw voorstellingsvermogen. Het voorstellingsvermogen, fantasie zo u wilt, wordt geprikkeld door het lezen van literatuur, poëzie, het horen van muziek en het bekijken van kunst. Ons voorstellingsvermogen is niet gelijk aan ons oordeelsvermogen. Of iets waar of onwaar is, kennis oplevert, is bij de esthetische ervaring van het schone niet van toepassing.

Het schone is niet het enige dat de kunstenaar wil uitdrukken. Vaak wil een kunstenaar iets uitdrukken dat verder gaat, dat uitstijgt boven dat wat we zien. Kant noemt dat das Erhabene, oftewel het verhevene, het sublieme. Met zijn uitwerking van het begrip het verhevene staat Kant aan de bakermat van onze moderne manier van het kijken naar en oordelen over kunst. Wat is het  verhevene, het sublieme?

Orvieto, Italië

Kijk bijvoorbeeld naar het schilderij van Orvieto in Italië.
Dit werk kunt u mooi vinden of niet. Het roept waarschijnlijk wel het volgende gevoel op: “Wow, wat een afgrond, wat een hoogte! Wat is er met deze stad aan de hand?” De kijker ervaart een gevoel van grootsheid en ontzag, zonder misschien te begrijpen waardoor dit komt. Het ervaren door een kunstwerk van het gevoel van grootsheid of ontzag is wat Kant noemt het verhevene, ht sublieme. Naast het ervaren van het schone, maakt ook het ervaren van het verhevene deel uit van de esthetische ervaring.
Vaak wordt het gevoel van het sublieme dat de kijker ervaart toegepast op de grootsheid van de natuur en het natuurgeweld. Het schilderij van de stad Orvieto die bovenop een plateau van vulkanisch gesteende staat is hier een goed voorbeeld van. Het grootste en afschrikwekkende wordt vergroot als men bedenkt dat het gebied regelmatig geteisterd wordt door afbrokkeling van het plateau waarop de stad staat.
Het ervaren van het sublieme in het werk van Joop Kloek blijft naar mijn mening niet beperkt tot de confrontatie met de natuur.
Hij weet dit gevoel ook over te brengen in relatie tot de geschiedenis.
Kijken we naar het schilderij met het detail van de Neptunusbron op de Piazza della Signoria in Firenze.


Piazza della Signoria, Firenze, Italië

Dit schilderij is ten minste op drie manieren subliem.
Ten eerste door de bijzondere keuze om slechts een detail te laten zien van de fontein wordt de kijker overvallen door het gevoel van grootsheids van het werk en zijn eigen nietigheid. Vanuit dit opgewekte gevoel van ontzag heb je de neiging om een stap achteruit te zetten.
Ten tweede is het subliem in het tonen van de kracht van de paarden die Neptunus die op een schelp staat, uit het water trekken. Door de nabijheid van de paarden voelt de kijker hun animale natuurkracht en krijgt opnieuw de neiging achteruit te deinzen.
De derde wijze waarop het subliem is komt tot stand bij het langer bekijken van de fontein. Als de eerste twee overweldigende indrukken zijn uitgewerkt en men blijft kijken, dan krijgt men oog voor de geheimzinnige en mysterieuze lichtval. We bevinden ons op het plein bij een hoek van het pallazzo Vecchio, het stadhuis. Een plein waar zich in de geschiedenis veel heeft afgespeeld. Het is een beladen plaats. Vele grootheden hebben er rondgelopen. Vanuit deze plek is de machtige stadstaat Firenze lang bestuurd. Maar ook gruweldaden hebben zich er afgespeeld, denk bijvoorbeeld aan de terechtstelling van Savonarola in 1648. Dit werk is in staat om het gevoel van historische beladenheid bij de kijker op te roepen.

Genoeg over het schone en het sublieme. Terug naar het licht en met de benen stevig op de grond. Laten we nog eens kijken naar Joop Kloek de impressionist. Door zijn impressionisme laat hij u ons door de dingen heen kijken. Op ultieme wijze vindt u dit in het portret van zijn vrouw met hun hond Bigoudie.

Johanna Kloek-Aalders met Bigoudi

Zo een portret kan niet geposeerd ontstaan. Er zit beweging in deze ontmoeting tussen hond en mens. Ondanks het tweedimensionale karakter van het schilderij en het feit dat een schilderij geen bewegend beeld kan bevatten maakt hij ons deelgenoot van de spontaniteit en de beweging van dit intieme moment. Maar wie heeft de gave om dit moment te zien, te herkennen en vervolgens weer te geven?
Kijken we naar het zicht op Siena dan zien we een stad blakend in het licht, zonder dat het wordt doodgeslagen door het licht. Het is het genie van de kunstenaar om dit licht te zien en weer te geven. Iedereen die in zuid-Europa op vakantie is geweest en daar foto’s heeft gemaakt, kent de teleurstelling van foto’s die kapot zijn geslagen door het felle licht. Hierboven schreef ik dat iedere tijd zijn eigen paradigma en metaforen van kijken heeft. Ik vrees soms dat onze manier van kijken te sterk is beïnvloed door de beperkingen van film, foto en video. Joop Kloek geeft ons de uitdaging om de kleur te herontdekken, ook in het zinderende ogenschijnlijk witte licht.
Wat doet het licht met de omgeving? De scheiding tussen stad en lucht is niet overal hard. Soms vervloeien de daken en de torens met de lucht, dan weer is er een scherp contrast. Datzelfde zien we ook gebeuren in de overgang van het landschap naar de stad. Is dit de vrije interpretatie van de kunstenaar? Wat u ziet is inderdaad de interpretatie van Joop Kloek. Maar kijk eens opnieuw naar de werkelijkheid, naar het altijd veranderende licht dat speelt met de dingen zoals ze voor ons liggen. U zult merken dat, afhankelijk van uw eigen gemoedstoestand, de wereld er anders uitziet als u deze bekijkt vanuit de werking van het licht.

Is het impressionisme slordig en snel? We kijken naar het schilderij van kasteel Vosbergen. Het fenomenologische beeld dat ons oog bereikt bedriegt ons. Het schilderij bestaat niet uit de buitenste laag verf. Het schilderij is niet die laatste snelle toets. Er gaat een heel werk onder schuil.
En dan het kasteel. Bekijk het van een afstand en merk op hoe het perfect in perspectief staat, zonder dat het is opgebouwd is uit de dode strakke lijnen die op weg zijn naar de verdwijnpunten. In dit schilderij zien we het realisme, de technische beheersing en de inspiratie. Het licht speelt met het groene gebladerte van de bomen rond de gracht en het valt overal overheen, zelfs over het grijs van het steen. Opnieuw ervaren we het schone in een vrij spel van ons voorstellingsvermogen.

Tot slot het portret van Victoria. Ik begon dit essay met de opmerking dat Joop kloek een veelzijdig kunstenaar was, die vele technieken beheerste. De stijl waarin dit portret is geschilderd, is niet te vergelijken met het portret van zijn vrouw met hun hond. Vanuit zijn eigen idioom heeft Joop Kloek hier een waar levensgroot statieportret neergezet van hun enige dochter Victoria. Ik keer opnieuw terug naar het begin van mijn essay: het is tijdloos. Verwijzing naar tijd en locatie ontbreken. Ook de kleding geeft geen harde aanwijzingen. En toch roept het, net als het bloemstuk, vele associaties op. Misschien dwalen uw gedachten onwillekeurig af naar statieportretten uit bijvoorbeeld de achttiende eeuw, het zou zo maar kunnen.
De hand en het gezicht van Victoria springen er uit. En dat is veelzeggend. Haar handen zouden later paarden mennen, huizen restaureren en bouwen, kunst creëren. Maar bovenal kennen we Victoria vanuit de expressie in haar gezicht, in de door haar vertelde verhalen. De essentie van hun dochter, mijn moeder, weergegeven in een sublieme schets met olieverf op linnen.

Verantwoording
Als kleinzoon van Joop Kloek heb ik geprobeerd om mijn herinneringen, de vele verhalen die mijn grootouders en mijn moeder verteld hebben, de bezoeken aan steden en musea in Nederland en Italië, met enige afstand te bekijken. Mijn jeugdherinneringen heb ik geconfronteerd met wat we kunnen weten uit de (kunst-)geschiedenis en de esthetica. Hiermee wil ik mijn herinneringen voor u openbreken en toegankelijk maken. Ik heb bewust gekozen voor de vorm van het essay en niet voor verhalende anecdotes. Natuurlijk zijn er prachtige anecdotes te vertellen, maar we lopen daarmee het risico te blijven hangen bij het plaatje en ik wilde een stap verder gaan. Al pratend met Victoria over deze tentoonstelling raakte ik er langzaam van overtuigd dat als ik abstraheer van het anecdotische, er een beeld kan ontstaan over een aantal drijfveren van het leven en werk van Joop Kloek.
Een bron, ook die van mijn jeugdherinneringen, is eindig. Interpretaties zijn open en oneindig. Kunst staat per definitie open voor meerdere interpretaties. “Iedere tijd schept zijn eigen beeld van de middeleeuwen,” vind ik nog altijd een van de meest veelzeggende uitspraken van Joop Kloek.
Deze uitspraak geldt natuurlijk niet alleen voor de middeleeuwen. Ik heb niet meer beoogd dan het uitstrooien van enkele lijntjes. Uiteindelijk maakt u uw eigen beeld en interpretatie van het ongelofelijke rijke oeuvre van Joop Kloek; een unieke en grote post-impressionist, die werkte in een tijd waarin cobra, moderne – abstracte, of minimale - kunst, pop-art en uiteindelijk zelfs de postmoderne kunst furore maakten.

_ _ _

 

Victoria Kloek (geb. 1945) - een technisch verrassend en subliem oeuvre

De werken
De selectie voor deze tentoonstelling bestaat uit zeven werken in pastel, olieverf en acryl. Dit zijn de drie materialen waarmee Victoria bij voorkeur werkt. Victoria stelt hoge eisen aan haar werk. Dat is een belangrijke reden waarom haar oeuvre relatief klein is. De voor deze tentoonstelling geselecteerde werken zijn ontstaan in Noord Frankrijk – Montreuil sur mer – of in Zierikzee. Het werk van Victoria is origineel en technisch vaak zeer verrassend. Als dochter van Joop Kloek is ze trouw aan de schilderkunst. Ze heeft veel van haar vader geleerd – ze is letterlijk opgegroeid in het atelier - maar uiteindelijk heeft ze een geheel eigen stijl ontwikkeld. Het bijzondere van deze tentoonstelling is dat het de eerste keer is dat werken van Joop en Victoria Kloek naast elkaar worden getoond.

  1. Zicht op de IJssel, olieverf op hardboard, 2002
  2. Novemberwandeling aan zee, Berck – sur – Mer, acryl op linnen, Frankrijk, 2000
  3. Na het spel de sneeuwtroep op het Kraanplein in Zierikzee, olieverf op linnen, februari 2004
  4. 3x1 = Verliefd op de meerpaal, getoond: lithographie giclée, (1) (origineel: pastel), 17 januari 2005
  5. Omfloerst, pastel, voorjaar 2007
  6. Midwinternacht in de sneeuw. Wandeling op ‘Vosbergen’, een geschilderde jeugdherinnering, pastel, juni 2004
  7. ‘Het kind AARDE’, een geschilderde metafoor, olieverf op hardboard, 19 juli 2002

Opgegroeid in het atelier
Victoria Kloek is geboren in april 1945 in het Friese dorp Twijzel. In 1950 verhuizen Joop en Johanna Kloek met hun dochter naar Vosbergen in Heerde. Het behoeft geen betoog dat Victoria in een unieke omgeving is opgegroeid. Het is niet overdreven om te stellen dat Victoria is opgegroeid in het atelier en met de muziekavonden. De - beeldende - kunsten zijn haar het meest nabij. Het leven met en voor de kunst heeft ze altijd een plek gegeven: in haar eigen creatieve leven, in de ondersteuning aan de muziekavonden – met name toen haar ouders ouder werden - in ons gezinsleven en in haar cursussen.
Wat houdt deze unieke omgeving van Vosbergen in? Ten eerste is het de locatie: het kasteel, dat geheel omgeven is door een slotgracht, met al zijn kamers, gangen, vreemde ruimten, eigen geluiden en geheimen. Hier opgroeien is ongetwijfeld vormend en prikkelend voor het inlevings- en voorstellingsvermogen van een kind. Ten tweede was het de omgeving waarin geschilderd werd, lezingen werden voorbereid en waarin muziekavonden werden georganiseerd. Tot slot wil ik wijzen op de wijze waarop er op Vosbergen werd geleefd: puur en sober. Lange tijd was er geen electriciteit. Stromend water was niet overal aanwezig. Nog op de middelbare school – we spreken dan over het begin van de jaren zestig – heeft Victoria haar huiswerk gemaakt bij het licht van een olielamp en met kaarslicht. Dit leven dat ik duidde met puur en sober betekende: gewend zijn aan temperatuursverschillen in huis – niet elk vertrek was verwarmd – en bracht het nodige handwerk met zich mee: bijvoorbeeld het sjouwen met kolenkitten en water.
Ook bij het organiseren van de muziekavonden speelde Victoria een belangrijke rol en dit vroeg veel van haar tijd en energie. De laatste muziekavond is georganiseerd in 1976. Joop en Johanna Kloek woonden toen al vier jaar op de boerderij, die ook behoort tot het landgoed Vosbergen.
Het opgroeien op Vosbergen, een omgeving die doordrenkt was met de beeldende kunsten en de muziek, betekent geenszins dat Victoria in een idylle heeft geleefd. Het onderhoud van het kasteel vroeg veel aandacht en al vanaf jonge leeftijd werd hierbij ook de inbreng van Victoria gevraagd. Joop Kloek heeft zijn kennis van technieken en inzicht in de bouwkunde overgedragen aan Victoria. De liefde voor oude gebouwen en voor restauratie zit bij Victoria heel diep in haar persoon. De restauratie van het achttiende eeuwse markiezenhuis – delen van het huis hadden een nog oudere oorsprong - dat ze in 1992 vond in Montreuil sur mer (Noord-Frankrijk) heeft ze zelf geleid. Sinds 2003 woont Victoria in Zierikzee en ook dat huis heeft ze grondig laten restaureren. Als Victoria een huis restaureert, zoekt ze altijd vakmensen met liefde voor het vak. Montreuil sur mer is gerestaureerd met oude technieken, op een manier die paste bij het huis en bij de vakmensen die ze om zich heen had verzameld.
Bij de restauratie in Zierikzee zijn naast oude technieken ook moderne materialen en technieken gebruikt om bijvoorbeeld de zoutwaterproblematiek op te lossen. Deze werkwijze is kenmerkend voor haar: ze is niet dogmatisch en staat open voor een moderne aanpak op het moment dat de oude tekort schiet om een bepaald probleem op te lossen; zoals het verankeren van balken in muren.

Opgegroeid in het atelier is niet alleen een beeldspraak, of een koptekst in een essay. U mag dit letterlijk nemen. In het atelier zag ze als kind de werken van haar vader ontstaan. In het atelier kreeg ze van haar vader de verhalen te horen over de geschiedenis, de beeldende kunsten, het licht en kleur. En ze kreeg van hem uiteraard ook les in tekenen, kleurenleer en materiaalgebruik, zoals het bespannen van een raam met linnen en het inlijsten van schilderijen. Al voor haar tienertijd kreeg ze zelf papier of een stuk linnen om op te tekenen of te schilderen. Linnen was schaars en duur. Het kon gebeuren dat haar vader vervolgens de achterkant van het linnen, of zelfs de voorkant gebruikte om zelf op te schilderen. (2)
In het atelier heeft Victoria haar fascinatie gekregen voor kleur en wat wel of niet is uit te drukken met verf en pastel. Het maken en mengen van kleuren vond ze spannender en meer elementair dan het neerzetten van een natuurgetrouwe representatie. Wat begon als de kinderlijke verwondering: “Hoe is het mogelijk om met korreltjes aarde - pastel – iets uit te drukken dat de materie zelf overstijgt?” is uitgegroeid tot een grote beheersing van pasteltechniek en het zoeken naar nieuwe uitdrukkingsmogelijkheden die tot op de dag van vandaag voortduurt.

Een fascinatie voor het kijken en het zien
“Ik kijk wel, maar ik zie het niet!” Ik neem aan dat dit een uitdrukking is die iedereen bekend voorkomt. Deze ogenschijnlijk ogenschuldige zin heeft afhankelijk van de context een meer of minder diepe betekenis. Een oppervlakkige als men iets zoekt, bijvoorbeeld een sleutelbos. Je kijkt, je zoekt. De sleutelbos ligt op tafel, maar je kijkt er overheen; je ziet hem gewoon niet. Als je de sleutels eenmaal hebt gevonden, verzucht je: “ik keek wel, maar ik zag het niet.” Daarnaast en in een diepere zin blijkt het verschil tussen kijken en zien in de beeldende kunst. Voor Victoria is dit verschil de essentie van de beeldende kunst.
Kijken en zien bepalen niet alleen in fenomenologisch opzicht onze blik op de werkelijkheid, maar ook in metafysische zin. Onze ogen zijn gevoelig voor maar een klein deel van het electromagnetische spectrum.

Figuur 1: het electromagnetische spectrum
a
Bron: http://www.urania.be/sterrenkunde/images/spectrum-full.png

Victoria: “Het is spannend om je af te vragen hoe we de wereld ervaren als onze ogen een andere gevoeligheid zouden hebben. We moeten ons realiseren dat we de werkelijkheid zien vanuit het zichtbare licht. Wat we niet zien, weten we niet. Ons zicht op de werkelijkheid is beperkt door de structuur van onze ogen.”
Deze fascinatie voor de fenomenologie en de metafysica van het kijken en het zien heeft Victoria ook met anderen willen delen. In de cursussen die ze heeft gegeven in de jaren tachtig, stond het kijken naar kunst centraal. Niet het “wat weten we over kunst en de kunstenaar”, maar “wat zie je, of wat zie je niet?” stonden hierbij centraal. Het openen van de ogen van anderen en het overbrengen van het zelf durven kijken en oordelen over kunst is voor Victoria in die cursussen een belangrijke motivatie geweest.
Rond haar veertigste levensjaar voelde Victoria de behoefte een structureel karakter te geven aan de incidentele lezingen die ze gaf. Dit leidde tot het oprichten van de kring kunstontmoetingen. Er werd een vaste locatie gevonden: de gemeentewoning te Epe. Victoria vond het belangrijk om ook gastsprekers een plaats te geven, zodat diverse onderwerpen en verschillende visies de revue konden passeren. Belangrijke gastsprekers waren: Alex van Daalen (monumentaal kunstenaar en kenner van de middeleeuwen), Hans Mackenzie (fluitist en kenner van de barok), Wil Lievens (oud-kunstrecensent van ‘Het Vaderland’).

Waar we met onze ogen naar kijken is de oppervlakte van de werkelijkheid. Het kijken gaat niet diep. Wat we moeten leren, is om de stap te zetten van kijken naar zien. Het doorzien van de werkelijkheid. Als we door de dingen heen kijken, dan openbaart zich een andere werkelijkheid. De werkelijkheid wordt dan niet alleen door het oog gezien, maar verschijnt - intuïtief - voor ons geestesoog. Als voorbeeld van het door-de-dingen-heen-kijken nemen we het acrylschilderij Novemberwandeling aan zee. Het maken van een strandwandeling en om je heen kijken is niet voldoende om het totaal te zien, ondanks dat het zich afspeelt voor je ogen. Ons kijken heeft zich zo ontwikkeld dat dat wat ons vertrouwd is, niet meer gezien wordt: het strand bij Berck - sur - Mer is gewoon een grote zandvlakte, lucht en water zijn er meestal grijs. Kortom: men kijkt wel, maar men ziet en ervaart de werkelijkheid niet meer. Wat Victoria gezien heeft is de eenheid van de werkelijkheid en de interactie tussen de elementen: licht, lucht, water en aarde. De lucht is weerspiegeld op het natte strand, het licht speelt met de aanwezigheid van het water en wordt beïnvloed door het water van de zee. En de positie van de mens? Deze is ondanks de rationele vermogens van de mens klein. De mens is geworpen in een wereld waarin grote en vaak onbekende onoverwinnelijke natuurkrachten aan het werk zijn. In dit geval is het de onweersbui die onafwendbaar naderbij komt.
Het zien en voelen van de (natuur)krachten die zich schuilhouden achter de werkelijkheid, is voor Victoria wezenlijk. We zien dat niet alleen in haar tekeningen en schilderijen, maar ook in haar interesse in en beleving van de poëzie en de literatuur. Tijdens mijn jeugdjaren in de polder in de buurt van Oene heb ik geleerd dat het gedicht Erlenkönig van J.W.Goethe niet zo maar een gedicht is. Dit gedicht zegt iets werkelijks en wezenlijks. Je kunt het ervaren en voelen op sommige dagen wanneer de schemer valt en de mist opkomt over de doorweekte polder. Victoria heeft deze sensatie vastgelegd in het schilderij zicht op de IJssel. Het lopen en ademen worden letterlijk zwaar. Hoe komt dat? Welke krachten zijn hier aan het werk? Het willen tekenen en schilderen van dit onzegbare van de natuur, misschien zelfs het onschilderbare (3) om het paradoxaal te zeggen, is voor Victoria een rijke bron en een blijvende fascinatie.
Deze fascinatie ziet u ook in de pastel omfloerst. Ik sprak hierboven over het spel van en de interactie tussen de elementen: licht, lucht, water en aarde. Dat zien we op deze pastel terug, zij het op een andere manier. In de interactie tussen de elementen lijken de scheidslijnen tussen het zand en het water te verdwijnen. Victoria laat ons opnieuw kijken naar de werkelijkheid. Het fenomeen dat zij zo subliem representeert kunt u soms in de wereld ook daadwerkelijk waarnemen. Maar er is een diepere betekenis. Het vervagen van de scheidslijnen duidt op de totaalervaring van de werkelijkheid. Er is één werkelijkheid, het neerzetten van harde scheidslijnen tussen de elementen is een simplificatie van de mens. Wie daar niet voor open staat, kan het lot treffen van de vader uit het gedicht Erlenkönig. Hij wil niet luisteren naar de bedreigingen waar zijn zoon aan wordt blootgesteld. Wat voor de vader slechts onschuldige natuur is, dat zijn voor de zoon natuurkrachten die tot zijn dood leiden. Ik geef hieronder het vijfde couplet:
Mein Vater, mein Vater, und siehst du nicht dort
Erlkönigs Töchter am düstern Ort? -
Mein Sohn, mein Sohn, ich seh es genau:
Es scheinen die alten Weiden so grau. – (4)

Victoria is niet alleen een liefhebber van het lezen van poëzie. Ze gebruikt taal om zich uit te drukken. Poëzie als complement van de beeldende kunst. Achterop het werk omfloerst heeft ze het volgende gedicht geschreven.

Het water
Het diep zilte water komt
Over land en hoeve dooft
Het licht
Is het een droom – een boze droom
Ont-polderen
Het land verdronken
LUCTOR ET EMERGO
Verkwanseld

Deze pastel is gemaakt in het voorjaar van 2007. Haar man, Leendert van Melle, steekt veel energie in het organiseren van het, politieke, verzet tegen het ontpolderen van de Zeeuwse Hedwigepolder. Het onzichtbare kan ook verwijzen naar een sociale of een politieke werkelijkheid.
In de representatie van Victoria vinden we geen boerderij in het water, ook geen dijk die wordt doorgestoken. Kortom: geen realistisch, provocerend, politiek werk dat aan duidelijkheid niets te wensen overlaat. Nee, Victoria schetst het drama omfloerst. Dit is een vorm van voelen en kijken die niet past in de snelle en hyper-realistische (5) moderne tijd met TV, video en YouTube. Victoria vraagt aan de kijker om zich open te stellen voor de bedreigde wereld en om deze te voelen. Het banale plaatje – het water dat de polder instroomt - schetst ze niet. Het gevoel van het verlies is immers groter, maar ook complexer dan het blote feit van het water de polder instroomt.
Gaat de polder ten onder? Ook dat is in dit werk omfloerst. Let op de lichte vlek in de rechterbovenhoek van deze pastel. Staat deze mogelijk voor hoop? De filosoof en estheticus Walter Benjamin (1892 – 1940) benadrukt het belang van de Messiaanse hoop in onze Joods-Christelijke cultuur. Ons culturele denken is doordrenkt van noties die een religieuze oorsprong hebben. Deze noties passen we vaak toe op seculiere onderwerpen.
Is er hoop? Het is onjuist om het werk van Victoria te interpreteren in het traditionele kijkschema dat van links naar rechts loopt. Ook dat is een simplificatie van de mens, waar de natuur zich niet aan houdt. Het is dus niet zo dat het licht rechts de pastel uitloopt. Ja, er is hoop, maar deze is onzeker. 

Technisch verrassend
Het werk van Victoria is technisch verrassend. Acryl wordt op olieverf, pastel lijkt op een aquarel. Hieronder wordt ingegaan op enkele achtergronden van haar stijl en techniek. Het opgroeien in het atelier is al genoemd. Victoria heeft bewust gekozen om zich niet academisch te vormen in de beeldende kunst; noch door kunstgeschiedenis, noch door de kunstacademie. De fascinatie voor kleuren zoals ze die als kind heeft ervaren en het al vroeg ontstaan van een autonome opvatting over kunst, heeft ze zelfstandig verder willen ontwikkelen.
Kunstenaars die breken met de traditie hebben – al dan niet intuïtief - vaak haar voorkeur. Ik noem er drie: Wiliam Blake (1757 – 1827), J.M.W. Turner (1775 – 1851) en Nicolas de Staël (1914 – 1955). Blake, schrijver, dichter en schilder, zette zich expliciet af tegen de kunst die werkte volgens de – academisch bepaalde – regelen der kunst. Voor het werk van Blake is het symbolische en het niet-uitdrukbare wezenlijk.

He despised the official art of the academies, and declined to accept its standards…
Blake was so wrapped up in his visions that he refused to draw from life and relied entirely on his inner eye (Cursief AvM). It is easy to point the faults in his draughtsmanship, but to do so would be to miss the point of his art. Like the medieval artists, he did not care for an accurate representation, because the significance of each figure of his dreams was of such overwhelming importance to him that questions of mere correctedness seemed to him irrellevant. (6)

Niet alleen citeer ik hier Gombrich omdat dit verwoordt waar de wortels van de creativiteit van Victoria liggen, maar vooral omdat Gombrich een kunsthistoricus is die haar na aan het hart ligt en die ze voor haar cursussen veel heeft gebruikt.

Het werken vanuit het innerlijk oog kenmerkt haar manier van werken. Victoria maakt buiten geen schetsen. De beelden, de geuren en de gevoelens die buiten tijdens wandelingen zijn opgedaan, laat ze rijpen. In dit rijpingsproces verdwijnen de details; zowel in kleur als met betrekking tot de dingen die er zijn. Wat ontstaat, is een synthese van hoofdvormen en –kleuren die de intensiteit bevatten van het geheel dat eens ervaren is.
In de pastel Midwinternacht in de sneeuw. Wandeling op ‘Vosbergen’, een geschilderde jeugherinnering zien we hoe Victoria ruim vijf decennia later een oude herinnering levendig kan weergeven. Het gekozen perspectief in deze pastel is bijzonder: u kijkt letterlijk door de ogen van een jong meisje dat loopt over het besneeuwde gras en mos. De horizon is, door de beperkte lengte van een kind, ver weg en de boomstronken aan de singel van ‘Vosbergen’ lijken dik en oneindig hoog. Door de bomen zien we het blauwige water van de gracht.

De natuur herhaalt zich nooit. Iedere gebeurtenis in de werkelijkheid en iedere ervaring van een mens is uniek. Daarom mengt Victoria voor ieder schilderij opnieuw vanuit de primaire kleuren – blauw, geel en rood – bij voorkeur op een glasplaat de kleurenreeks voor het schilderij waar ze aan werkt. Het zelf maken van de kleuren is als kind begonnen in het atelier, en is uitgegroeid tot een fascinatie voor kleur en een beheersing van de kleurenleer.
Kleur komt voor Victoria niet uit een tube. Kleur is symbolisch. Kleuren hebben een ontstaan en ze hebben betekenis. De verf of het pastelkrijt is het alchemistische materiaal dat de scheppende kunstenaar zelf moet maken om een waarachtige schepping te kunnen neerzetten. Deze ogenschijnlijk abstracte noties zijn concreet te maken. De eerste manier om dit uit te leggen is als volgt: het schilderen vormt het sluitstuk van het proces van het kijken en het rijpen. Ik beschreef hierboven hoe het beeld, de ervaring, of een geur een rijpingsproces ondergaat waarbij uiteindelijk slechts de hoofdvormen en –kleuren overblijven. Bij het materialiseren van deze hoofdvormen en –kleuren op papier, linnen of paneel wordt er iets teruggegeven aan de werkelijkheid. Het schilderen en het gebruik van kleur heeft in die zin een symbolische betekenis. Technisch geformuleerd: de schildertechniek van Victoria bestaat uit het aanbrengen van vele lagen zelf gemengde en verdunde verf. De donkere kleuren zijn niet in één keer neergezet. Ze vermijdt het gebruik van zware tonen, maar bouwt de kleur op uit vele lichte lagen.
De tweede manier om het uit te leggen is vanuit haar voorliefde voor pastel. Pastel bestaat uit pigment, kalk of gips en bindmiddel. Werken met pastel is letterlijk: tekenen met het element aarde. Om Blake te citeren: “To see a world in a grain of sand.”

Het spelen met het materiaal en het mengen van verf – het opzoeken van de technische grenzen - is voor Victoria een levenslange fascinatie en haar persoonlijke handschrift geworden. Victoria heeft leren schilderen met olieverf. Onder invloed van bevriende kunstenaars (Alex van Daalen en Christian Lamirand) is Victoria gaan werken met acryl, maar dan wel op haar eigen manier.
Bekijk het schilderij Novemberwandeling aan zee. In eerste instantie denk je wellicht dat het gaat om olieverf, maar nee het is acryl. Over acryl wordt vaak beweerd dat het zich moeilijk laat mengen tot subtiele kleuren omdat de verf snel droogt. Daarnaast is het moeilijk om kleurlagen te laten doorslaan, omdat iedere laag de neiging heeft om dekkend te zijn. Dergelijke algemeen aanvaarde principes en technische randvoorwaarden moet je niet tegen Victoria zeggen. Victoria gaat met acryl aan het werk, kijkt wat het doet, probeert te begrijpen hoe het werkt. Om uiteindelijk ook in acryl het technisch onschilderbare te bereiken.
Deze technische hoogstandjes kunnen met een knipoog postmodern worden genoemd. Niet alleen kunststromingen, maar ook technieken kunnen naar elkaar verwijzen. Een acrylschilderij lijkt op een olieverfschilderij en een pastel wordt een aquarel. Dat laatste zien we bij 3x1 =Verliefd op de meerpaal.

3x1=verliefd op de meerpaal


De knipoog is hier wel van belang. Victoria is niet gedreven door postmoderne opvattingen over kunst, haar wortels liggen nog steeds in het atelier waar ze speelde met het mengen van verf en met pastel. Victoria is zich bewust van het feit dat haar strijd met de techniek en het materiaal kan leiden tot een spel tussen haar en degene die haar kunst bekijkt: “Kijk maar, je ziet niet wat je ziet!”

De sublieme ervaring
Naast Wiliam Blake is ook JWM Turner een belangrijke bron voor Victoria geweest. Ondanks de realistische schilderijen van Turner, zit er een symbolische laag in of onder zijn kleuren. Opnieuw in de woorden van Gombrich:

In Turner, nature always reflects and expresses man’s emotions. We feel small and overwhelmed in the face of the powers we cannot control and are compelled to admire the artist who had nature’s forces at his command. (7)

En deze natuurkrachten zijn niet altijd mooi en onschuldig. Bij Victoria vinden we drie voorbeelden die hierbij aansluiten: Na het spel de sneeuwtroep op het Kraanplein in Zierikzee, 3x1 verliefd op de meerpaal en Het kind AARDE. We beginnen met de eerste twee. Vuile sneeuw verbeeldt de dooi en het vuil worden van sneeuw nadat kinderen er in gespeeld hebben. Het invallen van dooi is in onze streken onvermijdelijk en ieder kind kent de teleurstelling van het witte pak sneeuw dat al snel verandert in vuile en natte prut. 3x1 verliefd op de meerpaal, verbeeldt meerpalen in een kanaal op een namiddag met zware mottige mist. Als je kijkt naar deze pastel kun je de stank die op zo een moment kan opstijgen bijna ruiken. Ook dit is in technisch opzicht een bijzonder werk. Het is een pastel die bewust gemaakt is als een aquarel. In beide gevallen, het verval van de sneeuw en de mist en de geur van het stille water in een kanaal, gaat het om powers we cannot control.
Welke esthetische ervaring roepen deze werken van Victoria op? Het is niet te verwachten dat u zegt: “oh, wat is dit mooi?” U zult waarschijnlijk wel geboeid zijn. Mogelijk voelt u zich aangetrokken en blijft u toch nog even kijken. Maar deze aantrekkingskracht is niet de ervaring van het schone. Naast het schone is er het sublieme. Wat is het sublieme dat tot ons komt als we kijken naar deze werken van Victoria? Dit is niet het sublieme – das Erhabene van Kant - zoals dat uiteengezet is in het essay over Joop Kloek. Hier gaat het om het sublieme van die andere grondlegger van de moderne esthetica: Edmund Burke (1729 – 1797). Burke beschrijft de sublieme esthetische ervaring als a delightful terror; een zalige verschrikking.
Het zien van een subliem kunstwerk roept een onaangenaam gevoel op. Het overweldigd worden door dit onaangename gevoel, ervaren we als prettig. Dit amalgaam van zalig en onaangenaam is de essentie van de sublieme esthetische ervaring.

Het Kind Aarde


Het Kind AARDE – een geschilderde metafoor is vanuit deze kunstopvatting een absoluut subliem werk. Het is misschien niet mooi te noemen. Het raakt de kijker direct op een onaangename en overweldigende manier; de spanning, de verwarring, en misschien zelfs angst kunnen de kijker diep raken. Sublieme kunst kan de kijker soms in zalige verwarring achterlaten… De sublieme esthetische ervaring werkt duidelijk anders dan de esthetische ervaring van het schone.

Een driehoeksverhouding: de kunstenaar, het kunstwerk en de kijker
Het is heel goed mogelijk dat de werken van Victoria bij u beelden oproepen die sterk afwijken van de beschrijvingen in dit essay. Het is zelfs onwaarschijnlijk dat u bij omfloerst direct denkt aan het ontpolderen van de Hedwigepolder in Zeeland. En ziet u vuile sneeuw, of ziet u wat anders? En zo ja, wat is dat dan? Kunt u deze werken alleen bekijken en doorgronden als u de bedoeling kent van Victoria? Nee! Bij het kijken naar kunst hoort de driehoeksverhouding tussen de kunstenaar, het kunstwerk en de kijker.
De relatie tussen de kunstenaar en het werk is evident en manifest: de kunstenaar is de schepper van het werk. Maar als het werk af, dan staat het kunstwerk op zichzelf. Op het moment dat een toeschouwer naar het werk kijkt, dan vormt de kijker zich een eigen beeld van het werk; hij maakt een eigen representatie, interpretatie en heeft zijn eigen emoties. Vanuit de relatie tussen de kijker en het kunstwerk is het onzinnig om te vragen naar de bedoeling van de kunstenaar. Vooral bij moderne kunst ontstaat bij menigeen de behoefte om te vragen naar de bedoeling van de kunstenaar. Maar kun je alleen naar kunst kijken als je de bedoeling kent van de kunstenaar? Dat lijkt niet zo te zijn. De kijker heeft, op zijn eigen manier, een autonome relatie met het kunstwerk. Maar wie durft autonoom te kijken? Victoria daagt ons uit.
Veel kunstwerken van Victoria staan open voor de dialoog tussen kijker, het werk en de kunstenaar. Mensen die Victoria kennen, en haar atelier bezocht hebben, weten dat zij deze dialoog graag aangaat. De deur van het atelier in Zierikzee staat vaak open. Met enthousiasme vertelt ze over de technieken en materialen die ze gebruikt en over wat ze heeft willen uitdrukken.
Tegelijkertijd laat ze zich graag verrassen door het verhaal van de bezoeker die kijkt, ervaart en ondergaat. Ze neemt haar eigen credo: “je ziet niet wat je ziet,” daarin serieus. Victoria is benieuwd naar de interpretaties en verhalen van de kijker.
Deze driehoeksverhouding is echter ook een kwetsbare. In de beschrijving van de werken van Victoria heb ik aangegeven hoe persoonlijk en emotioneel geladen haar werken zijn. Kunst staat open voor vele interpretaties, maar dat is niet hetzelfde als: anything goes. De toevallige relatie tussen de kijker en het kunstwerk kan op gespannen voet staan met de intieme relatie tussen de kunstenaar en het werk.
Victoria heeft tot nog toe een klein oeuvre geschapen. In toenemende mate toont ze haar werken in het openbaar. Hiermee stelt ze zich kwetsbaar op. Haar pastels en schilderen verdienen het om getoond te worden: de zeggingskracht is groot en de werken zelf zijn technisch verrassend.

Verantwoording
Dit essay is gebaseerd op de verschillende gesprekken die ik met Victoria heb gevoerd vanaf november 2007. Een aantal gesprekken vond plaats in haar atelier. We waren omringd door de werken die voor deze tentoonstelling geselecteerd zijn. Daarnaast zijn er diverse telefoongesprekken geweest. De eerste gesprekken hadden bijna de vorm van een interview, waarbij ik met potlood en papier opschreef wat ze vertelde. Andere gesprekken hadden veel meer het karakter van een open gedachtewisseling. Ik heb geprobeerd om dicht bij haar eigen verhaal te blijven. Terugkerende onderwerpen waren:

  • materiaal, techniek en creativiteit;
  • het verschil tussen kijken en zien;
  • literatuur, poëzie, muziek en beeldende kunst.

Stilistisch leek het me onwenselijk en inhoudelijk vond ik het onnodig om overal exact weer te geven waar ik citeer en waar ik Victoria interpreteer.
Ik wil Victoria bedanken voor het vertrouwen en de openheid. Ik heb geprobeerd om haar verhaal uit te werken op een manier die recht doet aan haar leven en werk. Tegelijkertijd heeft Victoria mij de ruimte gegeven om afstand te nemen en om haar werk in een kunstfilosofisch kader te plaatsen. Ik kijk terug op enkele boeiende en creatieve maanden.

 

Voetnoten:

1. Moderne reproductietechniek die bestaat uit geavanceerde inktjet-technologie. De gebruikte inkten garanderen, onder normale omstandigheden, een lichtechtheid tot circa 200 jaar. Bron: http://www.supergiclee.com/

2. Dit vraagt om uitleg en context: Joop Kloek maakte als schilder die is opgeleid aan de academie onderscheid tussen het werk dat je maakt als oefening en training – kleur- of objectstudie – enerzijds en het authentieke werk van een scheppend kunstenaar anderzijds. Het oefenwerk heeft voor hem een andere status dan het authentieke werk. Dit geldt ook voor zijn eigen omgang met het werk dat ontstaan is in zijn tijd aan de academie in Gent.
Bekeken vanuit het oogpunt van een kind, is het overschilderen of het benadrukken van leerstuk of kleuroefening in psychologisch opzicht van grote invloed. Vrijwel ieder kind heeft een autonome behoefte om te tekenen en te schilderen; het is een manier om de structuur van de wereld te ontdekken en te representeren. Een vader als kunstschilder geeft een extra dimensie aan deze authentieke uiting van kinderen. Enerzijds is er het grote voorrecht om zo jong al de kleurenleer, teken- ets- en schildertechnieken te leren en aan de andere kant is er het gevoel van het staan in de schaduw van je vader de grote schilder.
Gelukkig is er één jeugdwerk behouden gebleven: ‘Vosbergen’ ontdekt, olieverf op hardboard, 1954.

3. Het onschilderbare is een term die Victoria zelf gebruikte tijdens de voorbereidende gesprekken die ik met haar heb gevoerd.

4.
Mijn vader, mijn vader, en zie je niet daar
Elvenkonings' dochters in de duistere plaats?

Mijn zoon, mijn zoon, ik zie het goed:
Het schijnen de oude wilgen zo grijs.
Bron vertaling: http://www.muziekstromen.nl/schubert/index.php?work=erlkonig

5. Een term ontleend aan de filosoof  Jean Boudrillard (1929 – 2007) die een trend signaleerde dat we behoefte hebben aan een ervaring van de wereld die nog echter is dan echt. Disneyland en de Efteling zijn hiervan treffende voorbeelden. Vergeleken met de gebouwen in Disneyland, is voor menigeen een echt kasteel saai of juist eng.

6. E.H. Gombrich; The story of Art, 1995, p. 489, 490.
Hij verachtte de officiële academische kunst en weigerde om hun uitgangspunten te accepteren.
Blake was zo gekeerd in zijn eigen visioenen, dat hij weigerde om te tekenen naar het leven. Hij vertrouwde volledig op zijn innerlijk oog. Het is eenvoudig om te wijzen op de onvolkomenheden van zijn tekenkunst. Maar met die tegenwerping doet men geen recht aan de essentie van zijn kunst. Omdat de betekenis van ieder beeld van zijn dromen voor hem van zo een overweldigende betekenis was, was hij net als de middeleeuwse kunstenaars niet geïnteresseerd in een natuurgetrouwe weergave. Vragen over een adequate representatie waren voor hem irrelevant (vertaling AvM).

7. E.H. Gombrich; ibid, p. 493, 494.
Bij Turner drukt de natuur altijd de gevoelens van de mens uit, of reflecteert deze. Wij voelen ons klein en worden overweldigd door de natuurkrachten die we niet kunnen beheersen en zijn verplicht om bewondering te voelen voor de kunstenaar die deze krachten naar zijn hand kon zetten (vertaling AvM).


_____________________________________________________________________

terug naar startpagina